De Vrijmetselarij en de katholieke Kerk

Het is een onjuiste voorstelling van zaken, als zou de katholieke Kerk tegen de vrijmetselarij zijn alleen om te voorkomen ‘dat iedereen op eigen houtje begint na te denken’ (aldus artikel Met passer en winkelhaak van Guus Urlings, 07-10-2006). Juist het geloof in God en de zending van de Kerk maken ons, gelovigen, vrij van tal van vooroordelen. Het is een vaststaand feit dat de vrijmetselarij de vernietiging van de Kerk nastreeft. Begin vorige eeuw zijn we aan een groot gevaar ontsnapt.

Na overlijden paus Leo XIII bijna een vrijmetselaar tot paus gekozen

Ongelooflijk! Onmogelijk! Zo zal menigeen reageren: de Heer heeft toch beloofd dat Hij met Zijn Kerk zal zijn tot aan het einde der tijden; dus dat zal wel niet waar zijn.

Gelukkig heeft de Heer er ook voor gezorgd dat dit vrijmetselaarsplan niet is doorgegaan, maar menselijkerwijs gesproken mag je wel zeggen dat de Kerk begin 1900 door het oog van de naald is gekropen. We beschikken over documentatie, waaruit duidelijk blijkt dat dit vrijmetselaarsplan een onloochenbaar feit is.

Bron

Het blad R.I.S.S (Revue Internationale des Sociétés Secrètes = internationaal tijdschrift van de geheime genootschappen) heeft in de jaren 1912-1939 (met onderbreking vanaf 1915 t/m 1919) regelmatig feiten bekend gemaakt omtrent de Eerste Wereldoorlog. Deze feiten kunnen ons helpen beter de intriges te begrijpen, die achter de schermen plaatsvinden, ook in onze huidige tijd.

Niet Rampolla, maar Sarto

Na het overlijden van paus Leo XIII, in 1903, werd een conclaaf bijeengeroepen en in eerste instantie werd kardinaal Rampolla als opvolger gekozen. Maar tot aller verbazing eiste de kardinaal-aartsbisschop van Krakow de nietigverklaring van deze verkiezingsprocedure. Zich uitsprekend namens keizer Franz-Jozef van Oostenrijk-Hongarije, plaatste de primaat van Polen een veto bij de verkiezing van kardinaal Rampolla. Er werd geen reden voor opgegeven. Tenslotte werd Mgr Sarto gekozen in plaats van kardinaal Rampolla. Hij werd de heilige paus Pius X en voerde een openlijke oorlog tegen de modernisten èn tegen de vrijmetselarij, volgens Mgr Meurin de ‘synagoge van Satan’.

Wat eraan voorafging

Jaren later werd bekend dat een zekere Mgr. Jouin, oprichter van het gerenommeerde, boven vermelde blad R.I.S.S., het onweerlegbare bewijs in handen had gekregen dat kardinaal Rampolla niet slechts lid was van een of andere vrijmetselaarsloge, maar dat hij grootmeester was van een zeer geheime sekte, de ‘Ordo Templi Orientalis’ (orde van de tempel van het oosten).

Toen Mgr. Jouin geen mogelijkheid zag de waarheid duidelijk te doen doordringen bij de Romeinse curie, heeft hij direct contact opgenomen met het Oostenrijkse hof. Aldus geïnformeerd, heeft de keizer van Oostenrijk, zoals gezegd, voor interventie gezorgd. In feite beschikte hij toen nog over een vetorecht bij het conclaaf, verleend krachtens een clausule van een verdrag tussen Wenen en het Vaticaan.

Satanisch plan

De vijanden van de Kerk waren er nochtans vast van overtuigd dat hun satanisch plan zou lukken. In documenten, gepubliceerd verschillende jaren vóór het overlijden van paus Leo XIII, wordt het volgende gesprek weergegeven tussen demon Asmodee en Lucifer-priesteres Diana Vaughan: ‘Dit zal gebeuren in het jaar zelf waarin de huidige paus zal sterven. Zijn opvolger zal meer ijverig dan bekwaam zijn; wij verheugen ons om zijn buitengewone ijver, want daaruit zal veel kwaad voorkomen voor de Kerk… Schrijf, ja schrijf dat aan je correspondent…’ – ‘Ik kan je zeggen’, aldus vervolgt demon Asmodee, ‘dat met die verandering van paus tevens de soevereiniteit zal ophouden van Simon (Petrus) waar je je zo’n zorgen over maakt’.

Zie: Symboles du Palladisme door D. Vaughan; Uitgev. Delacroix; p. 50.

Zonder die door de Voorzienigheid Gods gewilde interventie, wie weet in welk een crisis de Kerk terecht was gekomen in godsdienstige, politiek, sociaal, economisch, maatschappelijk en ander vlak?

In ieder geval koesterden de hoge leden van de synagoge van Satan het geheime plan zich te wreken op Oostenrijk. Dat brengt ons op het spoor van de Eerste Wereldoorlog, waarvan iedereen weet welke gebeurtenis tot een escalatie leidde, te weten de moordaanslag te Sarajewo.

De heer Bainville schreef dat de misdaad van Sarajewo niet te voorzien was geweest. Nochtans, op 15 september 1912 verscheen in het blad R.I.S.S. (reeds eerder vermeld) het volgende (p. 788): “Misschien zal er eens duidelijkheid komen over een uitspraak, gedaan door een hoge vrijmetselaarsautoriteit in Zwitserland ten aanzien van de opvolger-erfgenaam van de aartshertog: “WEL, HET IS JAMMER DAT HIJ VEROORDEELD IS, MAAR HIJ ZAL STERVEN OP DE TREDEN VAN DE TROON”.

Wat volgens de heer Bainville in zijn artikel van 3 juni 1931 niet te voorzien was, dat is wel degelijk voorzien en aangekondigd twee jaar vóórdat de moordaanslag gebeurde…’

(Zie: Revue Internationale des Sociétés Secrètes, 1931, p. 690).

Nabeschouwing over het werk van Mgr Jouin

Het genoemde blad R.I.S.S. was aanvankelijk zo goed als niet in zijn volledigheid terug te vinden; pas recentelijk heeft een volledige heruitgave plaatsgevonden bij Editions Delacroix (Boîte Postale 18, Fr-35430 Chateauneuf). Dit blad met zijn meer dan 10.000 bladzijden werd gekwalificeerd als ’het belangrijkste orgaan, gericht tegen geheime genootschappen in de hele wereld; geen enkel ander blad onder de publicaties die gericht waren tegen de sekte van de vrijmetselarij, heeft een dergelijke ontwikkeling gekend en bevatte zoveel informatie van allerlei aard’.

Tenslotte beschikken we nog over de teksten van twee brieven uit Rome om goedkeuring, instemming, hoge waardering, lofprijzing en dank te betuigen aan het adres van Mgr Jouin, de ene van de Apostolische Stoel (‘Praestantes animi laudes’, gegeven 23 maart1918 onder het zegel van de vissersring) en de andere van het Staatssecretariaat, getekend door Kardinaal Gasparri, van 20 juni 1919.

Strikt geheim? Of huichelarij en schijnheiligheid?

Tegen de achtergrond van deze niet te loochenen feiten omtrent het aandeel van de vrijmetselarij in de moordaanslag te Sarajewo, die escaleerde tot de verschrikkelijke ramp van de Eerste Wereldoorlog, is het zeker interessant het volgende te lezen in het boek Vrijmetselarij (Uitgev. Gesto, Alkmaar-Antwerpen; pag. 119) van J. Dominicus, die in de vorige eeuw een gewaardeerd schrijver was van tal van boeken, speciaal bestemd voor het katholieke volksdeel.

‘Even weinig succes leverde het internationale maçonnieke congres van Belgrado op, gehouden in oktober 1926, op verzoek van de jonge Grootloge van Joego-Slavië. Het motto was: Pacifisme!, waarvan men juist in Belgrado in Joego-Salvië wilde getuigen, omdat in dat land de eerste schoten van de eerste wereldoorlog waren gevallen. De resolutie van het congres hoopt een herhaling van de catastrofe, een schande voor de beschaafde wereld, te voorkomen, waartoe de Vrijmetselarij alle steun belooft aan Volkenbond en ’t streven naar beperking van bewapening, maar vooral via de A.M.I. de economische geschillen tussen de landen wil oplossen’.

Heel deze tekst heeft een smaak en een klank zoals die tot uitdrukking komen in het bekende Franse gezegde: ‘Qui s’excuse, s’accuse’: wie ongevraagd met excuses op de proppen komt, beschuldigt in feite zichzelf. Het is in ieder geval wel opvallend dat bovengenoemd vrijmetselaarscongres gehouden werd ‘op verzoek van de jonge Grootloge van Joego-Slavië’, dat het motto ervan was ‘Pacifisme!’, en dat Joego-Slavië uitdrukkelijk vermeld wordt als het land waarin ‘de eerste schoten van de eerste wereldoorlog waren gevallen’. Het heeft er ongetwijfeld alle schijn van dat genoemde jonge Grootloge van Joego-Slavië (zelf waarschijnlijk niet op de hoogte van de medeplichtigheid van de vrijmetselarij) door hoge autoriteiten van deze satanische sekte geïnspireerd is om deze huichelaarsrol te spelen!

Conclusie

Afgezien nog van het uitdrukkelijke kerkelijke verbod voor alle gelovigen om lid te zijn van de vrijmetselarij zal iedere normale katholiek het toch wel met mij eens zijn – zeker na kennisneming van boven vermelde feiten – dat je zonder meer ophoudt lid van de Kerk te zijn, als je hoe dan ook enige steun verleent aan de satanische sekte van de vrijmetselarij, zeker als je zo ver afdwaalt dat je er lid van wordt!

Jan Leechburch Auwers

oud-medewerker Tweede Kamer, vice-voorzitter Titus Brandsma Stichting en redacteur van ‘De Brandende Lamp’