Boodschap van de Vader – Introductie.

H Hart en Hoofd b

“Als de mensen konden doordringen tot het Hart van Jezus in al Zijn verlangens en Zijn glorie, dan zouden ze beseffen dat Zijn meest brandende verlangen is de Vader te verheerlijken, Degene Die Hem heeft gezonden, en vooral om Zijn glorie niet te laten verminderen, zoals tot nu toe is gebeurd. Hij verlangt de volmaakte glorie die de mens Mij kan en moet geven, als hun Vader en Schepper, en nog meer als de Bewerker van hun Verlossing!

Ik vraag van de mens wat hij in staat is Mij te geven: zijn vertrouwen, zijn liefde en zijn dankbaarheid. Het is niet omdat Ik Mijn schepsel nodig heb en zijn aanbidding, dat Ik verlang te worden gekend, geëerd en bemind; de enige reden waarom Ik Mij neerbuig tot Mijn schepsel is om hem te redden en in Mijn glorie te doen delen. Verder besef Ik in Mijn goedheid en Mijn liefde, dat de wezens die Ik uit het niets heb geschapen en als Mijn ware kinderen heb aangenomen, in groten getale in het eeuwig ongeluk met de duivels vallen. Ze schieten zodoende tekort in de vervulling van het doel van hun schepping en verliezen hun tijd en hun eeuwigheid!

Als er iets is dat Ik nu bovenal verlang, is het eenvoudig meer vurigheid te zien van de kant van de rechtschapenen, een effen pad voor de bekering van zondaars, oprechte en volhardende bekering, en de terugkeer van de verloren zonen naar het huis van hun Vader. Ik zinspeel in het bijzonder op de Joden en alle anderen die Mijn schepselen en kinderen zijn, zoals de schismatici, de ketters, de vrijmetselaars, de arme ongelovigen, de heiligschenners, en de verschillende geheime sekten. Ik wil dat deze hele wereld weet dat er een God en Schepper is. Deze God, Die Zich tweemaal, tot hun onwetendheid zal richten, is hun onbekend; ze weten niet dat Ik hun Vader ben.

Gelooft Mij, jullie die naar Mij luisteren als jullie deze woorden lezen: als alle mensen die ver van onze Katholieke Kerk zijn; mensen zouden horen spreken over deze Vader, Die hen bemint, Die hun Schepper is en hun God, over deze Vader, die hun eeuwig leven wenst te geven, dan zouden veel van deze mensen, zelfs de meest halsstarrigen, tot deze Vader komen, over Wie jullie tot hen hadden gesproken.” – De Vader spreekt tot Zijn kinderen, De Boodschap van de Vader, Nijmegen, 1995, blz. 47-48.