WordPress-document ‘Boodschap van de Vader’ – Moeder Eugenia Ravasio

Boodschap van God de Vader


Boodschap van de Vader

Moeder Eugenia

https://optimisttotindekist.wordpress.com

Imprimatur

Imprimatur: Petrus Canisius van Lierde, Vicaris Generaal en Vicaris van Vaticaanstad, Rome, 13 maart 1989.

“De Vader spreekt tot Zijn kinderen”, eerste druk in de Nederlandse taal: december 1995.

Deze oplage dient als manuscript en is niet te koop en niet verkrijgbaar in de handel. De brochure wordt gratis verspreid om de Boodschap van de Vader te verbreiden. Niemand is dus gerechtigd bedragen, bijdragen of giften te verlangen voor dit initiatief, dat alleen mag bestaan uit de hoop in de Boodschap. Allen, die er hun dank voor willen betuigen, nodigen wij uit te bidden, vooral voor de mensen die de Vader nog niet kennen. Iedereen kan vrijwillig meehelpen bij de verdeling en verdere verspreiding.

 

Inhoudsopgave

Notitie bij deze uitgave door F. Corteville
Introductie door Andrea d’Ascanio OFM Cap.
Korte biografie van Moeder Eugenia Elisabetta Ravasio
De Boodschap van de Vader: deel I
De Boodschap van de Vader: deel II
Getuigenis van Zijne Excellentie Mgr. A. Caillot
Adzope: stad van de naastenliefde
Gebed: “God is mijn Vader”

 

Notitie bij deze uitgave

Het zijn bijna onvoorziene omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de redacteur van ‘l’Impartial’ “De Boodschap van de Vader” en haar getuige, Moeder Eugenia, heeft leren kennen.

Het verblijf van een van mijn familieleden in haar huis, Via Alba te Rome, was ervoor nodig om mij tenslotte te doen besluiten in contact te treden met de ‘Boodschapster’ van de Vader.

Tevoren had een leidster van het Mariale werk mij meer dan eens gesproken over Moeder Eugenia, maar ik heb jaren voorbij laten gaan zonder mij voor haar werk te interesseren.

In september 1983, bij gelegenheid van een bedevaart naar Rome – Sint Jan buiten de muren, hadden wij het geluk te worden ontvangen in Anzio, waar Moeder Eugenia was begonnen met de bouw van een kerk: “Glorie aan de Vader”. Wij konden rechtstreeks kennis met haar maken en haar geïnspireerde toespraak waarderen, die liet weten wat de Vader vraagt.

Het onderwerp van deze publicatie, met een historisch karakter, is de Boodschap te situeren in de tijd, volledig en persoonlijk, door de belangrijke episodes van het zwaar beproefde maar glorieuze leven te leren kennen van haar, die de opdracht heeft ontvangen om aan de Kerk een officiële devotie tot de Vader aan te bieden.

Het is in het missionaire Instituut van O.L.Vrouw van de Apostelen dat Moeder Eugenia begonnen is met het afleggen van een buitengewoon getuigenis: Op 27-jarige leeftijd, met dispensatie van Rome gekozen tot Generaal Overste, deed zij zich kennen door haar haast onverschrokken caritatief engagement. Aan het slot van dit werk zal men de lof hierover vinden van Raoul Follereau, de apostel van de melaatsen.

Bovendien is het Instituut van de Zusters van O.L.Vrouw van de Apostelen, in de 20 jaar dat Moeder Eugenia overste was, van 64 huizen in 1935 naar 143 in 1944 gestegen.

Wij hebben het getuigenis kunnen samenvatten van enkele van haar 1400 toenmalige religieuzen, en tijdens de laatste Synode te Rome hebben verschillende Afrikaanse bisschoppen een bezoek gebracht aan Moeder Eugenia, die zij vroeger hadden gekend. Maar het belangrijkste voor de “Glorie aan de Vader” is de verspreiding van het gebed: “0, mijn Vader in de Hemel”, al vanaf 1936 gepropageerd door Kardinaal Verdier, Aartsbisschop van Parijs. Lezen we wat ik heb ontvangen van een abonnee van ‘l’Impartial’: “Het was zeer lang geleden dat wij bericht ontvingen van onze zoon. Ik heb een noveen gehouden met het gebed van Moeder Eugenia. Wij zijn verhoord, onze zoon is teruggekomen”. Tenslotte zou ik twee aspecten van het werk dat Moeder Eugenia heeft ondernomen willen onderstrepen. Ten eerste, het was in Venissieux, in het diocees Grenoble, dat de `Vader’ aan enkelen de geheimen van Zijn Erbarmen met Zijn zonen heeft geopenbaard, in hetzelfde diocees waar O.L.Vrouw van La Salette door haar smekende tranen heen haar twee herders heeft gekozen om haar laatste oproep te openbaren.

Tenslotte is het Frankrijk, dat door de Voorzienigheid bestemd is om de Boodschap van de Liefde van de Vader te ontvangen. Al zijn enkele huizen in Italië in staat het Instituut Missionair van de Katholieke Eenheid te bevorderen, zij kunnen niet gezien worden als een Frans Centrum voor verspreiding van de “Boodschappen van de Vader”, om bij te dragen aan de oprichting van een Frans huis voor Missionarissen van de Katholieke Eenheid.

F.Corteville

 

INTRODUCTIE

“God is mijn Vader”

Deze uitroep wordt in de hedendaagse wereld steeds vaker gehoord. De mensen beginnen te erkennen dat God inderdaad hun Vader is.

Bijgevolg voelen we ons verplicht een door de Kerk als geldig verklaarde Boodschap te publiceren, een Boodschap die door God de Vader aan de wereld is geschonken via een van Zijn schepselen, Moeder Eugenia Elisabetta Ravasio, een schepsel dat God zeer beminde.

Wij achten het gepast dit werkje te introduceren door het citeren van het getuigenis van de vroegere Bisschop van Grenoble, Mgr. Alexandre Caillot. In 1935 stelde hij een commissie van experts in, komend uit verschillende delen van Frankrijk, om een diocesaan onderzoek te leiden, dat tien jaar duurde. Tot de leden van die commissie behoorden ook de Vicaris Generaal van de Bisschop van Grenoble, Mgr. Guerry, theoloog; de Jezuïeten, broers, de Paters Albert en Auguste Valencin-Amons, die tot de hoogste autoriteiten behoorden op het gebied van de filosofie en theologie en experts waren in het beoordelen van zulke zaken; en twee artsen, waarvan er een psychiater was.

Wij zijn er zeker van dat deze Boodschap de mensen zal helpen de diepe tederheid van de Vader voor ons te begrijpen, en wij hopen dat ze door velen zal worden gelezen.

Andrea d’Ascanio OFM Cap.

 

Korte biografie van Moeder Eugenia

Wie is Moeder Eugenia, die God de Vader “Mijn beminde dochter”, “Mijn plantje” placht te noemen?

Wij zijn van mening dat Moeder Eugenia een groot, helder stralend licht is van onze tijden: de kleine profeet van een Nieuwe Kerk, waarin de Vader het middelpunt en de climax van elk geloof is en waarin de eenheid het hoogste ideaal is van elke spiritualiteit. Zij is het licht dat door de Vader aan de wereld is geschonken, opdat men in deze chaotische en duistere tijd de juiste weg kan vinden.

Zij werd geboren in San Gervasio d’Adda (nu Capriato San Gervasio), een kleine stad in de provincie Bergamo, Italië, op 4 september 1907, in een familie van boeren afkomst. Zij bezocht slechts de lagere school, en na enkele jaren werken in een fabriek trad zij in op de leeftijd van twintig jaar in de `Congregatie van O.L.Vrouw van de Apostelen’. Het was hier dat haar grote charismatische persoonlijkheid zich ontwikkelde, wat leidde tot haar verkiezing tot Generaal Overste van de Congregatie op de leeftijd van slechts vijfentwintig jaar.

Nog afgezien van haar geestelijke kwaliteiten, zou haar werk in het sociale veld voldoende zijn om haar te verzekeren van een plaats in de geschiedenis. Tijdens twaalf jaar missionaire activiteit opende zij meer dan zeventig centra, elk met een ziekenhuis, school en kerk, in de meest afgelegen plaatsen van Afrika, Azië en Europa.

Zij was degene die de eerste medicijn tegen lepra ontdekte, wat ze uit het zaad van een tropische plant haalde. Deze medicijn werd later onderzocht en ontwikkeld in het Pasteur Instituut te Parijs.

Zij moedigde het apostolaat van Raoul Follereau aan, die haar voetstappen volgend en op haar fundamenten voortbouwend beschouwd wordt als de apostel van de lepralijders.

Gedurende de periode 1939-1941 plande en realiseerde zij het project voor een `Stad voor Leprapatiënten’ te Adzope (Ivoorkust). Dit was een groot centrum met een oppervlakte van 200.000 vierkante meter, voor de verzorging van lepralijders. Het blijft ook vandaag nog een van de modernste centra in zijn soort in Afrika en de wereld.

Uit erkenning voor deze prestatie verleende Frankrijk de hoogste nationale onderscheiding voor sociaal werk aan de Congregatie van Missionaire Zusters van O.L.Vrouw van de Apostelen, waarvan Moeder Eugenia de Generaal Overste was van 1935 tot 1947.

Moeder Eugenia keerde terug naar de Vader op 10 augustus 1990.

Haar belangrijkste erfenis aan ons is de Boodschap van de Vader (‘De Vader spreekt tot Zijn kinderen’), de enige persoonlijke openbaring van God de Vader, en als authentiek erkend door de Kerk na tien jaar van het meest strenge onderzoek. We geven aan het begin van de tekst de verklaring weer, gepubliceerd door Mgr. Alexandre Caillot, Bisschop van Grenoble, het onderzoek volgend.

Het is opmerkelijk dat de Vader (in 1932) de Boodschap aan Moeder Eugenia dicteerde in het Latijn, een taal die haar volkomen onbekend was.

In 1981 kwamen wij op de hoogte van deze Boodschap, en in 1982, haar vijftigste verjaardag, hebben wij het in het Italiaans gepubliceerd.

De vele wonderen van genade, bewerkt door de Boodschap, hebben ons ertoe gebracht haar gratis te verspreiden, speciaal in gevangenissen, kazernes en ziekenhuizen. Behalve in het Nederlands is het verkrijgbaar in het Engels, Frans, Italiaans, Russisch, Spaans en Duits.

 

DE BOODSCHAP VAN DE VADER

Deel I

1 juli 1932

Feest van het Kostbaar Bloed van Onze Heer Jezus Christus

Hier is dan tenslotte de dag, voor altijd gezegend, de dag die de hemelse Vader beloofd heeft! Vandaag zijn de lange dagen van voorbereiding voorbij, en ik voel de komst van mijn Vader en de Vader van alle mensen dichtbij, zo dichtbij. Enkele minuten van gebed, en dan, wat een geestelijke vreugde! Ik was overweldigd door het verlangen Hem te zien en te horen! Mijn hart, brandend van liefde, ging open met een zo groot vertrouwen, dat ik besefte dat ik tot dan nooit zo vertrouwelijk met iemand was geweest. De gedachte aan mijn Vader maakte mij als het ware waanzinnig gelukkig. Tenslotte begon ik gezang te horen. Engelen kwamen om deze vreugdevolle aankomst aan te kondigen! Hun gezangen waren zo mooi, dat ik besloot ze zo spoedig mogelijk op te tekenen. Deze harmonie eindigde, en toen kwam er een processie van de uitverkorenen, de cherubijnen en serafijnen, met God, onze Schepper en onze Vader. Geknield, met mijn gezicht naar de grond, verzonken in mijn eigen nietigheid, bad ik het Magnificat. Direct daarna zei de Vader mij dicht bij Hem te komen zitten en op te schrijven wat Hij besloten had de mensen te zeggen. Het hele hemelse hof, dat Hem had vergezeld, verdween. Alleen de Vader bleef bij mij, en voordat Hij ging zitten zei Hij: 

“Ik heb je al verteld en Ik zeg het nogmaals: Ik kan Mijn beminde Zoon niet opnieuw geven om Mijn liefde voor de mensen te bewijzen! Ik kom nu onder hen met de bedoeling hen te beminnen en hen deze liefde te doen kennen, door hun gelijkenis aan te nemen, hun armoede. Kijk, nu leg Ik Mijn kroon en al Mijn heerlijkheid terzijde om het uiterlijk aan te nemen van een gewone mens!”

Nadat Hij het uiterlijk had aangenomen van een gewone man door Zijn kroon en Zijn heerlijkheid aan Zijn Voeten neer te leggen, nam Hij de aardbol en hield haar tegen Zijn Hart, haar ondersteunend met Zijn linkerhand. Daarna ging Hij naast mij zitten.
Ik kan slechts enkele woorden zeggen over Zijn aankomst, over het uiterlijk dat Hij Zich verwaardigde aan te nemen en over Zijn liefde! In mijn onwetendheid heb ik geen woorden om uit te drukken wat Hij mij deed begrijpen.

“Vrede en redding” zei Hij, “aan dit huis en aan de gehele wereld! Mogen Mijn macht, Mijn liefde en Mijn Heilige Geest de harten van de mensen raken, opdat de hele mensheid terug moge keren tot de redding en tot haar Vader komen, Die haar zoekt om haar te beminnen en te redden!

Laat Mijn Vicaris Pius XI begrijpen, dat dit de dagen zijn van redding en zegening. Laat hij niet nalaten van deze gelegenheid gebruik te maken om de aandacht van de kinderen te vestigen op hun Vader, Die komt om hen goed te doen in dit leven en hun eeuwig geluk voor te bereiden.

Ik heb deze dag gekozen om Mijn werk onder de mensen te beginnen, want vandaag is het feest van het Kostbaar Bloed van Mijn Zoon Jezus. Ik ben van plan het werk dat Ik begin te drenken in dit Bloed, opdat het veel vrucht moge dragen onder heel de mensheid.

Dit is het werkelijke doel van Mijn komst:

  1. Ik kom om de buitensporige vrees, die Mijn schepselen voor Mij hebben, uit te bannen, en hun te laten zien dat Mijn vreugde ligt in het gekend en bemind worden door Mijn kinderen, dat wil zeggen door de mensheid van nu en van de toekomst.
  2. Ik kom om hoop te brengen aan de mensen en naties. Hoevelen hebben die sinds lang verloren! Deze hoop zal hen in vrede en zekerheid doen leven, en doen werken aan hun redding.
  3. Ik kom om Mijzelf bekend te maken zoals Ik ben, opdat het vertrouwen van de mensen moge toenemen samen met hun liefde voor Mij, hun Vader. Ik heb slechts één zorg: te waken over alle mensen en ze te beminnen als Mijn kinderen.

De schilder verheugt zich in het beschouwen van het schilderij dat hij heeft gemaakt. Op dezelfde wijze is het voor Mij een genoegen en vreugde om onder de mensen te komen, het meesterwerk van Mijn schepping!

De tijd dringt. Ik wil dat de mensen zo spoedig mogelijk weten dat Ik hen bemin en dat het Mijn grootste geluk is bij hen te zijn en met hen te spreken als een Vader met zijn kinderen.

Ik ben de Eeuwige, en toen Ik alleen was heb Ik besloten Mijn macht te gebruiken om wezens te scheppen naar Mijn beeld. Maar eerst moest de materiële schepping komen, zodat deze wezens hun middelen van bestaan konden vinden; het was toen dat Ik de wereld heb geschapen. Ik vulde haar met alle dingen waarvan Ik wist dat ze noodzakelijk waren voor de mensen: lucht, zon, regen en veel andere dingen, waarvan Ik wist dat ze voor hun leven nodig waren.

Tenslotte werd de mens geschapen! Ik had behagen in Mijn handwerk. De mens zondigt, maar het is precies dan dat Mijn oneindige edelmoedigheid zich gaat tonen.

In het Oude Testament schiep en koos Ik profeten om onder de mensen te leven. Aan hen vertelde Ik Mijn verlangens, Mijn verdriet en Mijn vreugden, opdat ze die aan iedereen bekend konden maken.

Hoe meer het kwaad toenam, hoe meer Mijn goedheid Mij noodzaakte tot het opnemen van contact met rechtschapen zielen, opdat zij Mijn geboden konden doorgeven aan hen die wanorde schiepen. Daarom was Ik soms gedwongen om strikt te zijn, met het doel hen terecht te wijzen; niet om hen te straffen – dat zou alleen kwaad gedaan hebben – maar om hen van hun ondeugd af te brengen en naar hun Vader en Schepper te leiden, Die zij hadden vergeten en in hun ondankbaarheid hadden veronachtzaamd. Later heeft het kwaad het hart van de mens in zo hoge mate overweldigd, dat Ik genoodzaakt was om rampen over de wereld te doen neerkomen om de mensen te zuiveren door lijden, de vernietiging van hun bezittingen of zelfs door hun dood. Dit was het geval bij de Zondvloed, de vernietiging van Sodom en Gomorrah, oorlogen van man tegen man, enz.

Ik heb altijd gewenst om in deze wereld onder de mensen te blijven. Zo was Ik gedurende de zondvloed nabij Noach, toen de enige rechtschapen man. Tijdens de andere rampen heb Ik ook altijd een rechtschapen mens gevonden bij wie Ik kon blijven, en door hem leefde Ik in die tijd onder de mensen, en zo is het altijd geweest.

De wereld is dikwijls gezuiverd van haar ontaarding vanwege Mijn oneindige goedheid tegenover de mensheid. Ik ben doorgegaan bepaalde zielen uit te kiezen, in wie Ik behagen schiep, want door hen kon Ik gelukkig zijn bij Mijn schepselen, de mensen.

Ik beloofde de wereld een Messias. Ik deed alles wat Ik kon om Zijn komst voor te bereiden, door Mijzelf te tonen in de gedaanten die Hem vertegenwoordigden, zelfs duizenden jaren voor Zijn komst!

Want wie is deze Messias? Waar komt Hij vandaan? Wat zal Hij doen op aarde? Wie vertegenwoordigt Hij?

De Messias is God.

Wie is God? God is de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Waar komt Hij vandaan? Of liever gezegd, wie heeft Hem bevolen onder de mensen te komen? Dat was Ik, Zijn Vader, God. Wie moet Hij vertegenwoordigen op aarde? Zijn Vader, God. Wat gaat Hij doen op aarde? Hij zal de Vader, God, bekend en bemind maken.

Heeft Hij niet gezegd: “Weten jullie niet dat Ik in de belangen van Mijn Vader moet zijn?” (“Nesciebatis quia in his quae Patris mei sunt oportet me esse?” Luc. 2,49). “Ik ben alleen gekomen om de wil van Mijn Vader te doen”. “Wat jullie ook in Mijn naam aan de Vader vragen, Hij zal het jullie geven”.

“Jullie zullen als volgt tot Hem bidden: `Onze Vader, Die in de Hemel zijt…’, en elders, daar Hij kwam om de Vader te verheerlijken en Hem bekend te maken aan de mensen, zegt Hij:

“Wie Mij ziet, ziet de Vader”.

“Ik ben in de Vader, en de Vader is in Mij”.

“Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij”. (“Nemo venit ad Patrem nisi per Me”. Joh. 14, 6). “Wie met Mij is, is ook met de Vader”. Enz.

Beseft dan, o mensen, dat Ik in alle eeuwigheid slechts één verlangen heb gehad, Mijzelf aan de mensen bekend te maken en door hen te worden bemind. Ik verlang voor eeuwig bij hen te blijven.

Willen jullie een betrouwbaar bewijs van dit verlangen, dat Ik zojuist heb verwoord?

Waarom heb Ik Mozes bevolen een tabernakel te bouwen en de ark van het verbond, zoniet om te komen en er te wonen, als een Vader, een broeder, een intieme vriend, bij Mijn schepselen, de mensen? Dat was Mijn brandend verlangen. Ondanks dat hebben ze Mij vergeten en Mij beledigd door talloze zonden. Ik heb Mozes Mijn geboden gegeven om hen, ondanks alles, aan God, hun Vader te herinneren, en aan Zijn enige wens, hen te redden. Zij werden verondersteld de geboden te onderhouden en zich daardoor hun oneindig goede Vader te herinneren, die altijd uit is op hun tegenwoordige en eeuwige redding.

Dit alles werd vergeten en de mens verzonk in dwaling en vrees, in de mening dat het onderhouden van de geboden, zoals Ik ze aan Mozes had gegeven, te veel gevergd was. Ze maakten andere wetten overeenkomstig hun grillen, met het oog op een gemakkelijker onderhouden ervan. Beetje bij beetje, in de overdreven vrees die ze voor Mij hadden, vergaten ze Mij meer en meer en overlaadden ze Mij met hun wandaden.

Toch is Mijn liefde voor deze mensen, Mijn kinderen, nooit helemaal opgehouden. Toen Ik besefte dat noch de patriarchen noch de profeten in staat waren gebleken Mij bekend en bemind te maken bij de mensen, besloot Ik Zelf te komen.

Maar hoe kon Ik onder de mensen komen? Er was geen andere manier dan Zelf te komen, in de tweede Persoon van Mijn Godheid.

Zouden de mensen Mij kennen? Zouden ze naar Mij luisteren? Niets in de toekomst was voor Mij verborgen; Ikzelf beantwoordde deze twee vragen:

“Ze zullen Mijn tegenwoordigheid negeren, zelfs wanneer ze dicht bij Mij zijn. In Mijn Zoon zullen ze Mij wreed behandelen, ondanks alle goeds dat Hij voor hen zal doen. In Mijn Zoon zullen ze kwaad over Mij spreken, ze zullen Mij kruisigen om Mijn dood te veroorzaken”.

Zal Ik daarom stoppen? Nee, Mijn liefde voor Mijn kinderen, de mensen, is te groot.

Ik hield er niet mee op. Begrijpt wel dat Ik jullie als het ware meer beminde dan Mijn beminde Zoon, of beter gezegd, meer dan Mijzelf.

Wat Ik jullie vertel is zo waar, dat als een van Mijn schepselen voldoende zou zijn geweest om de zonden van de andere mensen uit te boeten door een leven en dood gelijk aan die van Mijn Zoon, Ik zou hebben geaarzeld. Waarom? Omdat Ik Mijn liefde zou hebben verraden door een ander schepsel dat Ik bemin te doen lijden, in plaats van Zelf in Mijn Zoon te lijden. Ik zou nooit Mijn kinderen hebben willen doen lijden.

Dit is dan in het kort de geschiedenis van Mijn liefde tot aan Mijn komst onder de mensen door Mijn Zoon.

De meeste mensen kennen deze gebeurtenissen, maar ze zijn niet in staat het wezenlijke te begrijpen: dat liefde het leidende principe in dit alles was!

Ja, het is liefde. Dat is het wat Ik jullie wil inprenten. Nu is deze liefde vergeten. Ik wil jullie eraan herinneren, opdat jullie kunnen leren Mij te kennen zoals Ik ben, opdat jullie niet als slaven zullen zijn, bang voor een Vader die jullie zozeer bemint.

Je ziet dat we in deze geschiedenis pas bij de eerste dag van de eerste eeuw zijn, en Ik zou haar graag naar de tegenwoordige tijd willen brengen, de twintigste eeuw.

Oh, hoezeer is Mijn vaderlijke liefde door de mensen vergeten! Toch bemin Ik jullie zo teder! Wat heb Ik niet gedaan in Mijn Zoon, dat wil zeggen in de Persoon van Mijn Zoon die mens is geworden! Goddelijkheid is versluierd in deze mensheid, ze is aan het oog onttrokken, afgezwakt, vernederd. Met Mijn Zoon Jezus leidde Ik een leven van offer en werken. Ik ontving Zijn gebeden, waarin Hij smeekte dat de mens een duidelijk aangegeven pad mocht hebben, waarlangs hij altijd in gerechtigheid zou wandelen om Mij veilig te bereiken!

Natuurlijk kan Ik de zwakheden van Mijn kinderen begrijpen! Daarom vroeg Ik Mijn Zoon hun de middelen te geven om weer op te staan nadat ze gevallen waren. Deze middelen zullen hen helpen zichzelf te zuiveren van hun zonden, opdat ze weer kinderen van Mijn liefde kunnen zijn. Dat zijn voornamelijk de zeven Sacramenten. En het voornaamste middel om jullie redding te verzekeren, ondanks jullie vallen, is het Kruis, het Bloed van Mijn Zoon, dat elk moment, als jullie dat willen, over jullie wordt uitgegoten, zowel in het Boetesacrament als in het Sacrament van de Eucharistie.

Mijn dierbare kinderen, Ik heb jullie gedurende twintig eeuwen overladen met deze gaven, met speciale genaden, maar met welke miserabele resultaten!

Hoevelen van Mijn schepselen, die door Mijn Zoon kinderen van Mijn liefde werden, hebben zichzelf snel in de eeuwige afgrond gestort! Waarlijk, zij hebben Mijn oneindige goedheid niet gekend; Ik bemin jullie zozeer! (Een favoriete uitdrukking van Moeder Eugenia, die in de tekst dikwijls wordt herhaald.)

Werpen jullie, die weten dat Ikzelf kom om tot jullie te spreken, om jullie bewust te maken van Mijn liefde, in jullie eigen belang, jezelf tenminste niet over de steile rotswand. Ik ben jullie Vader!

Is het mogelijk dat jullie, na Mij jullie Vader te hebben genoemd en na het tonen van jullie liefde voor Mij, in Mij een zo hard en ongevoelig hart zouden kunnen vinden dat jullie laat omkomen? Nee, nee, gelooft dat niet! Ik ben de beste van alle Vaders! Ik ken de zwakheden van Mijn schepselen! Komt tot Mij, komt met vertrouwen en liefde! Ik zal jullie vergeven nadat jullie berouw hebben gehad. Zelfs als jullie zonden even walgelijk als slijk zouden zijn, jullie vertrouwen en jullie liefde zullen Mij ze doen vergeten, en jullie zullen niet worden veroordeeld! Ik ben rechtvaardig, dat is waar, maar liefde betaalt voor alles!

Luistert, Mijn kinderen, laten we een vergelijking maken, en jullie zullen verzekerd zijn van Mijn liefde. Voor Mij zijn jullie zonden als ijzer en jullie daden van liefde als goud. Als jullie Mij duizend pond ijzer zouden geven, zou dat niet hetzelfde zijn als wanneer jullie Mij precies tien pond goud geven! Met andere woorden, met slechts een beetje liefde kunnen grote ongerechtigheden worden uitgeboet.

Dit is dus een erg luchthartige manier van kijken naar Mijn beoordeling van Mijn kinderen, allemaal mensen, zonder uitzondering. Jullie moeten tot Mij komen. Ik ben jullie zo nabij! Jullie moeten Mij beminnen en eren, opdat jullie niet geoordeeld worden, of beter gezegd, opdat jullie worden geoordeeld met oneindig barmhartige liefde.

Twijfelt niet! Als Mijn Hart niet zo was, zou Ik de wereld allang hebben vernietigd telkens wanneer zij zondigde! Maar zoals jullie hebben gezien manifesteert Mijn bescherming zich telkens door genaden en weldaden. Jullie kunnen hieruit opmaken dat er een Vader is Die boven alle vaders staat, Die jullie bemint en nooit zal ophouden jullie te beminnen, als jullie dat willen.

Ik kom op twee manieren onder jullie: het Kruis en de Eucharistie!

Het Kruis is Mijn manier van neerdalen onder Mijn kinderen, daar het door het Kruis is dat Ik Mijn Zoon ertoe bracht jullie te verlossen. En voor jullie is het Kruis de weg om tot Mijn Zoon op te stijgen, en van Mijn Zoon naar Mij. Zonder het Kruis zouden jullie nooit tot Mij kunnen komen, want de mens bracht door te zondigen de straf van scheiding van God over zichzelf.

In de Eucharistie leef Ik temidden van jullie als een Vader met zijn familie. Ik wilde dat Mijn Zoon de Eucharistie instelde om van elk tabernakel het kanaal van Mijn gunsten, Mijn rijkdommen en Mijn liefde te maken, om ze aan de mensen, Mijn kinderen te geven.

Het is altijd door deze twee middelen dat Ik zowel Mijn macht als Mijn oneindige barmhartigheid ertoe breng onophoudelijk neer te dalen…

Nu Ik jullie heb laten zien dat Mijn Zoon Mij vertegenwoordigt onder de mensen, en dat Ik door Hem voortdurend temidden van hen leef, wil Ik jullie ook laten zien dat Ik onder jullie kom door Mijn Heilige Geest.

Het werk van deze derde Persoon van Mijn goddelijkheid is vervuld van stilte en dikwijls is de mens zich er niet van bewust. Maar voor Mij is het een zeer passende manier van leven, niet alleen in het tabernakel, maar ook in de zielen van allen die in staat van genade leven, om Mijn troon in hen te vestigen en daar altijd te leven, als de ware Vader Die Zijn kinderen bemint, beschermt en helpt. Niemand kan de vreugde begrijpen die Ik ervaar als Ik alléén ben met een ziel. Niemand heeft nog het oneindige verlangen van Mijn goddelijk, vaderlijk Hart begrepen om gekend te zijn, bemind en geëerd door alle mensen, de rechtschapenen en de zondigen. Dit zijn de drie gaven die Ik wens te ontvangen in hulde van de mens, zodat Ik altijd barmhartig en goed moge zijn zelfs tegenover de meest hardnekkige zondaars.

Wat heb Ik niet gedaan voor Mijn mensen, van Adam tot Josef, de voedstervader van Jezus, en vanaf de tijd van Josef tot op de dag van vandaag, opdat de mensen Mij de speciale eer zouden geven die ze Mij als hun Vader, als hun Schepper en Verlosser verschuldigd zijn! Maar Ik heb deze speciale verering nog niet ontvangen, waarop Ik zozeer heb gehoopt en waarnaar Ik zozeer verlang!

In het boek Exodus staat dat God speciaal in ere moet worden gehouden. De psalmen van David bevatten in het bijzonder deze lering. In de geboden, die Ikzelf aan Mozes heb gegeven, heb Ik benadrukt: “Gij zult op volmaakte wijze slechts één God aanbidden en beminnen”.

Wel dan, beminnen en eren zijn twee dingen die samengaan. Daar Ik zoveel weldaden over jullie heb uitgestort, moet Ik door jullie worden geëerd op een zeer speciale manier.

Toen Ik jullie het leven schonk, verlangde Ik jullie te scheppen naar Mijn beeld! Jullie hart is daarom even gevoelig als het Mijne, en het Mijne als dat van jullie!

Wat zouden jullie niet doen als een van jullie naasten jullie een gunst bewees om jullie een genoegen te doen? De ongevoeligste mens zou zo’n persoon voor altijd dankbaar zijn. Iedereen zou proberen iets te vinden dat de grootste blijdschap zou geven, als vergoeding voor de bewezen dienst. Wel, Ik zal jullie veel dankbaarder zijn, jullie verzekeren van het eeuwige leven, als jullie Mij het kleine genoegen doen Mij te eren zoals Ik vraag.

Ik erken dat jullie Mij eren in Mijn Zoon en dat er mensen zijn die in staat zijn Mij alles te offeren door Mijn Zoon, maar zij zijn in feite maar gering in aantal! Gelooft echter niet dat door Mijn Zoon te eren jullie Mij niet eren! Jullie eren Mij zeker, daar Ik leef in Mijn Zoon! Alles wat dus geschiedt tot Zijn glorie strekt ook tot Mijn eer!

Maar Ik zou graag zien dat de mens zijn Vader en Schepper zou eren met een speciale devotie. Naarmate jullie Mij meer eren, zullen jullie Mijn Zoon meer eren, daar Hij, overeenkomstig Mijn Wil, het vleesgeworden Woord werd en onder jullie kwam om Hem die Hem zond aan jullie bekend te maken.

Als jullie Mij leren kennen, zullen jullie Mij en Mijn beminde Zoon meer beminnen dan jullie nu doen. Ziet hoe vele van Mijn schepselen, die door het mysterie van de Verlossing Mijn kinderen werden, niet in de weiden zijn die Ik door Mijn Zoon bereid heb voor alle mensen. En hoeveel anderen, en jullie weten het, zijn zich nog steeds niet bewust van het bestaan van deze weiden. En hoeveel schepselen van Mijn Handen, van wier bestaan Ik weet maar waarvan jullie onkundig zijn, kennen zelfs niet de Hand Die hen heeft geschapen!

Oh! Hoe graag zou Ik jullie willen doen weten wat een almachtige Vader Ik voor jullie ben en ook zou zijn voor deze schepselen, door Mijn weldaden! Ik zou willen dat hun leven zoeter werd gemaakt door Mijn wet. Ik zou willen dat jullie in Mijn Naam naar hen toe zouden gaan om tot hen over Mij te spreken. Ja, vertelt hun dat ze een Vader hebben, die hen heeft geschapen en de schatten die Hij bezit aan hen wil geven. Vertelt hun bovenal dat Ik aan hen denk, dat Ik hen bemin en hun eeuwig geluk wil schenken. Oh, Ik beloof jullie dat de bekering van de mensen spoediger zal komen.

Gelooft Mij, als jullie waren begonnen Mij te eren met een speciale devotie uit de tijden van de jonge Kerk, zouden er na twintig eeuwen maar weinig mensen in afgoderij leven, in heidendom en in zoveel valse en slechte sekten, waarin de mens blindelings naar de afgrond van eeuwig vuur rent! En ziet hoeveel werk er te doen blijft!

Mijn uur is gekomen! Ik moet gekend, bemind en geëerd worden door de mensen, opdat Ik, daar Ik hen heb geschapen, hun Vader kan zijn, dan hun Redder en tenslotte het Voorwerp van hun eeuwige vreugde.

Tot nu heb Ik gesproken over dingen die jullie al wisten. Ik wilde jullie daaraan herinneren, opdat jullie er steeds meer van overtuigd zouden worden dat Ik een erg goede Vader ben, niet een afschrikwekkende, zoals jullie geloven; en ook dat Ik de Vader ben van allen die nu leven en van hen die Ik tot het einde van de wereld zal scheppen.

Weet dus dat Ik gekend wil zijn, bemind, en bovenal geëerd. Moge iedereen Mijn oneindige goedheid tegenover de mensen erkennen, en speciaal tegenover zondaars, de zieken, de stervenden en allen die lijden. Doet hen weten dat Ik slechts één ding wil: hen allen beminnen, hun Mijn genade geven, hen vergeven als ze berouw hebben, en bovenal, hen niet oordelen met Mijn gerechtigheid maar met Mijn barmhartigheid, opdat allen gered mogen worden en geteld onder de uitverkorenen.

Om deze korte beschouwing te besluiten doe Ik jullie een belofte, die een eeuwig effect zal hebben. Het is deze: roep Mij door de Naam van Vader, met vertrouwen en liefde, en jullie zullen alles van deze Vader ontvangen, met liefde en barmhartigheid.

Ik wil dat Mijn zoon, jullie geestelijke vader, in staat zal zijn te werken tot Mijn glorie en neer te schrijven, zin voor zin, wat Ik jou heb gedicteerd, zodat de mensen het aangenaam vinden en gemakkelijk om een verslag te lezen van wat Ik wens dat zij weten, zonder enige toevoeging.

Ik zal dagelijks tot je spreken over Mijn wensen voor de mensen, over Mijn vreugden, Mijn smarten, en bovenal zal Ik aan de mensen Mijn oneindige goedheid tonen en Mijn tedere en barmhartige liefde.

Ik zou ook willen dat je superieuren je toestaan je vrije tijd met Mij door te brengen, zodat je Mij kunt troosten en beminnen gedurende een half uur per dag. Je zult er daardoor voor instaan dat de harten van de mensen, de harten van Mijn kinderen, genegen zijn om te werken voor de verspreiding van deze devotie die Ik zojuist aan je heb geopenbaard, zodat jullie een groot vertrouwen zullen verwerven in deze Vader, die door Zijn kinderen bemind wil worden.

Om het mogelijk te maken dat dit werk zo spoedig mogelijk wordt verspreid onder alle naties, zonder hen aan wie de verbreiding wordt toevertrouwd toe te staan de minste onvoorzichtige daad te stellen, vraag Ik je je dagen door te brengen in een geest van meditatie. Je zult blij zijn niet veel tot anderen te spreken. In je hart zul je, ook wanneer je temidden van hen bent, tot Mij spreken en naar Mij luisteren.

Ook wil Ik dat je het volgende doet: als Ik soms tot je spreek, zul je Mijn vertrouwelijke mededelingen opschrijven in een speciaal klein dagboek. Maar door dit dagboek wil Ik tot iedereen spreken: Ik leef intiemer met hen dan een moeder met haar kinderen.

Sinds de schepping van de mens heb Ik geen moment opgehouden naast hem te leven. Als zijn Schepper en Vader voel Ik de behoefte hem te beminnen. Het is niet dat Ik hem nodig heb, maar Mijn liefde als Vader en Schepper doet Mij deze behoefte gevoelen om de mens te beminnen. Dus leef Ik dicht bij de mens, Ik volg hem overal, Ik help hem in alles, Ik vul alles aan.

Ik kan zijn behoeften zien, zijn gezwoeg, al zijn verlangens, en Mijn grootste geluk is het hem te helpen en te redden.

De mensen geloven dat Ik een schrikwekkende God ben, die de hele mensheid in de hel gaat werpen. Wat een grote verrassing zal het zijn, aan het eind van de tijd, als ze zoveel zielen zien, waarvan ze geloofden dat ze verloren waren, die het eeuwige geluk genieten temidden van de uitverkorenen!

Ik wens dat al Mijn schepselen ervan overtuigd zijn dat er een Vader is Die over hen waakt en Die hen graag op aarde zou verblijden, een voorsmaak van het eeuwig geluk. Een moeder vergeet nooit het kleine schepsel dat ze ter wereld heeft gebracht. Is het niet nog wonderlijker dat Ik Mij al Mijn schepselen herinner?

Als dus een moeder het kleine wezen, dat Ik haar heb gegeven, bemint, Ik bemin het meer dan zij, omdat Ik het heb geschapen. Ook al gebeurt het dat een moeder haar kind minder bemint vanwege een of ander gebrek, Ik zal het integendeel nog meer beminnen. Ze zou het later kunnen vergeten of er zelden aan denken, vooral als het door zijn leeftijd niet langer door haar verzorgd wordt, maar Ik zal het nooit vergeten. Ik zal het altijd beminnen, en zelfs als het zich Mij, zijn Vader en Schepper, niet meer herinnert, Ik zal het Mij nog herinneren en het beminnen.

Ik heb je al verteld dat Ik jullie zelfs hier op aarde eeuwig geluk wil laten genieten, maar jullie hebben nog niet de juiste bedoeling begrepen van wat Ik zei.

Het is dit:

Als jullie Mij beminnen en Mij aanroepen met de zoete naam van Vader, zullen jullie beginnen te leven, hier en nu, in de liefde en het vertrouwen dat jullie eeuwig gelukkig zal maken en wat jullie zullen zingen in de hemel in het gezelschap van de uitverkorenen. Is dit niet een voorsmaak van het geluk in de hemel, dat eeuwig zal duren?

Daarom wens Ik dat de mens zich dikwijls herinnert dat Ik juist daar ben waar hij is, dat hij niet zou kunnen leven als Ik niet bij hem zou zijn, levend net als hij. Ondanks zijn ongeloof blijf Ik altijd dicht bij hem.

Oh, hoezeer verlang Ik dat dit plan van Mij wordt verwerkelijkt! Tot nu heeft de mens er nooit aan gedacht God, zijn Vader, het genoegen te doen waarover Ik ga spreken: Ik zou graag een groot vertrouwen zien ontstaan tussen de mens en zijn hemelse Vader, een ware geest van vertrouwelijkheid en fijngevoeligheid tegelijk, om geen misbruik te maken van Mijn grote goedheid.

Ik ken jullie noden, jullie verlangens, en alles wat er omgaat in jullie harten. Maar hoe gelukkig en dankbaar zou Ik zijn als Ik jullie tot Mij zag komen en jullie Mij je noden zag toevertrouwen, zoals een zoon die volledig vertrouwen heeft in zijn vader. Hoe zou Ik jullie het grootste of kleinste ding kunnen weigeren als jullie het Mij vroegen? Ook al zien jullie Mij niet, voelen jullie Mij niet erg dichtbij in de dingen die jullie overkomen en rondom jullie gebeuren? Hoe zullen jullie op zekere dag worden beloond, omdat jullie in Mij hebben geloofd, zelfs zonder Mij te hebben gezien!

Zelfs nu Ik hier ben, persoonlijk, temidden van jullie allen, sprekend tot jullie, onophoudelijk herhalend, op elke manier, dat Ik jullie bemin en gekend wil zijn, bemind en geëerd met een speciale devotie, kunnen jullie Mij niet zien, uitgezonderd een enkele persoon, degene aan wie Ik deze boodschap dicteer! Slechts één van de gehele mensheid! En toch spreek Ik tot jullie, en in haar die Ik zie en tot wie Ik spreek zie Ik jullie allen en spreek Ik tot ieder van jullie, en bemin Ik jullie alsof jullie Mij konden zien!

Ik wil dat de mens in staat is Mij te kennen en te voelen dat Ik dichtbij ieder van hen ben. Onthoudt, o mensen, dat Ik de hoop van de mensheid wens te zijn. Ben Ik dat niet al? De mens zou verloren zijn als Ik niet zijn hoop zou zijn. Maar het is voor Mij noodzakelijk als zodanig te worden erkend, zodat vrede, vertrouwen en liefde de harten van de mensen mogen binnengaan en hen in contact brengen met hun Vader in de hemel en op aarde!

Denkt niet aan Mij als aan die schrikwekkende oude man, die de mensen in hun afbeeldingen en boeken afschilderen! Nee, nee, Ik ben noch jonger noch ouder dan Mijn Zoon en Mijn Heilige Geest. Daarom zou Ik willen dat iedereen, van de jongste tot de oudste, Mij aan zou spreken met de vertrouwelijke naam van Vader en Vriend. Want Ik ben altijd bij jullie, Ik maak Mijzelf gelijk aan jullie om jullie aan Mij gelijk te maken. Hoe groot zou Mijn vreugde zijn te zien dat ouders hun kinderen leerden zich tot Mij te richten met de naam van Vader, wat Ik inderdaad ben! Hoe graag zou Ik zien dat in deze jonge zielen een vertrouwen en kinderlijke liefde voor Mij werden ingeboezemd! Ik heb alles voor jullie gedaan; zullen jullie dit niet voor Mij doen?

Ik zou graag Mijn thuis willen maken in elke familie, als in Mijn domein, zodat allen met absolute zekerheid kunnen zeggen: “We hebben een Vader Die oneindig goed is, oneindig rijk en buitengewoon barmhartig. Hij denkt aan ons en is ons nabij. Hij zorgt voor ons en steunt ons. Hij zal ons alles geven wat we nodig hebben als we het Hem vragen. Al Zijn rijkdommen zijn de onze, we zullen alles hebben wat we nodig hebben”. Ik ben er juist met de bedoeling dat jullie Mij zouden vragen wat je nodig hebt. “Vraagt en ge zult verkrijgen”. In Mijn vaderlijke goedheid zal Ik jullie alles geven, op voorwaarde dat allen Mij beschouwen als een ware Vader, levend temidden van Zijn familie, wat Ik inderdaad doe.

Ik verlang ook dat elke familie de afbeelding, die Ik later aan Mijn `kleine dochter’ zal laten zien, op een opvallende plaats uitstalt. Ik wens dat elke familie op deze manier in staat is zichzelf onder Mijn speciale bescherming te plaatsen, zodat ze Mij gemakkelijker kunnen eren. Daar zal de familie Mij elke dag deelgenoot maken van haar noden, haar werk, haar smart, haar lijden, haar verlangens en ook haar vreugden, want een Vader moet alles weten wat Zijn kinderen betreft. Ik weet het natuurlijk, omdat Ik daar ben, maar Ik houd van eenvoud. Ik weet Mij aan te passen aan jullie omstandigheid. Ik maak Mijzelf klein met de kleinen, Ik maak Mijzelf een volwassene met de volwassenen, en hetzelfde met de ouderen, zodat allen mogen begrijpen wat Ik hun wens te zeggen voor hun heiliging en Mijn glorie.

Hebben jullie niet het bewijs van wat Ik zeg in Mijn Zoon, Die Zichzelf klein en zwak als jullie maakte? Hebben jullie dat bewijs niet nu nog, nu jullie zien hoe Ik hier tot jullie spreek? En heb Ik niet een arm schepsel uitgekozen, als jullie zelf, om tot jullie te kunnen spreken en jullie te doen begrijpen wat Ik jullie wens te zeggen? En nu, maak Ik Mijzelf niet gelijk aan jullie?

Ziet, Ik heb Mijn kroon aan Mijn Voeten neergelegd en de wereld aan Mijn Hart gehouden. Ik heb Mijn Heerlijkheid in de hemel verlaten en kom hier, om alles voor allen te worden, arm met de armen en rijk met de rijken. Ik wil de jonge mensen beschermen als een tedere Vader. Er is zoveel kwaad in de wereld! Deze arme, onervaren zielen laten zichzelf verleiden door de aantrekkelijkheid van de ondeugd, die beetje bij beetje tot totale ondergang leidt. Jullie, die speciaal iemand nodig hebt om in het leven voor jullie te zorgen, zodat jullie het kwaad kunnen vermijden, komt tot Mij! Ik ben de Vader, Die jullie meer bemint dan enig ander schepsel ooit in staat zal zijn te doen! Neemt jullie toevlucht dicht, zeer dicht bij Mij, vertrouwt aan Mij jullie gedachten en verlangens toe. Ik zal jullie teder beminnen. Ik zal jullie genaden schenken voor het heden en jullie toekomst zegenen. Jullie kunnen er zeker van zijn dat Ik jullie na vijftien of vijfentwintig of dertig jaren niet zal vergeten, want Ik heb jullie geschapen. Komt! Ik zie dat jullie grote behoefte hebben aan een lieve en oneindig goede Vader, zoals Ik.

Zonder in te gaan op vele andere toepasselijke zaken, waar Ik later over kan spreken, wens Ik nu speciaal te spreken tot die zielen die Ik heb uitgekozen, de priesters en religieuzen, tot jullie, dierbare kinderen van Mijn liefde. Ik heb grote plannen met jullie!

 

TOT DE PAUS

Ik wend Mij tot jou, Mijn beminde zoon, Mijn Vicaris, vóór alle anderen, om dit werk in je handen te leggen. Het zou tot de eerste van al je taken moeten behoren, en vanwege de vrees die door de duivel de mensen is ingeblazen, zal het alleen in deze tijd worden volbracht.

Oh, hoezeer zou Ik wensen dat je de reikwijdte van dit initiatief zou kennen, zijn grootte, zijn breedte, zijn diepte en zijn hoogte. Ik zou willen dat je de onmetelijke wensen kende die Ik voor de mensheid koester, nu en in de toekomst!

Als je eens wist hoezeer Ik verlang te worden gekend, bemind en geëerd door de mensen, met een speciale devotie! Ik heb dit verlangen in alle eeuwigheid gekoesterd, sinds de schepping van de eerste mens. Ik heb dit verlangen op verschillende tijden uitgedrukt tegenover mensen, vooral in het Oude Testament. Maar de mens heeft het nooit begrepen. Nu doet dit verlangen Mij heel het verleden vergeten, als het nu maar een realiteit kan worden in Mijn schepselen over de gehele wereld.

Ik buig Mij neer tot het armste van Mijn schepselen om tot haar te spreken, en door haar tot alle mensen, hoewel zij de grootsheid van het werk dat Ik onder hen tot stand wil brengen niet kan beseffen.

Ik kan met haar niet over theologie spreken, Ik zou er zeker van zijn te falen, want ze zou Mij niet begrijpen. Ik doe dit om Mijn plan te verwezenlijken door eenvoud en onschuld. Maar nu is het jouw beurt om dit werk te onderzoeken en tot een snelle vervulling te brengen.

Om te worden gekend, bemind en geëerd met een speciale devotie vraag Ik niets buitengewoons. Ik verlang alleen dit:

  1. Ik verlang dat een dag, of tenminste een zondag, wordt toegewijd om Mij op een speciale wijze te eren onder de titel van Vader van de gehele Mensheid. Voor dit feest zou Ik graag een speciale Mis en Officie willen. Het is niet moeilijk om in de Heilige Schrift de teksten te vinden. Als je er de voorkeur aan geeft Mij deze speciale devotie aan te bieden op een zondag, kies Ik de eerste zondag van augustus. Als je de voorkeur geeft aan een werkdag, zou Ik graag hebben dat het altijd op de zevende dag van diezelfde maand valt.
  2. Ik verlang dat de gehele geestelijkheid op zich neemt deze devotie te bevorderen, en bovenal Mij aan de mensen bekend te maken zoals Ik ben en zoals Ik altijd voor hen zal zijn, dat wil zeggen de tederste en meest beminnelijke van alle vaders.
  3. Ik verlang dat ze Mij in alle families brengen, in alle hospitalen, laboratoria, werkplaatsen, kazernes, conferentiezalen van de ministers der staten – kortom, overal waar Mijn schepselen zijn, ook al is er maar een van hen! Ik verlang dat het tastbare teken van Mijn onzichtbare tegenwoordigheid een afbeelding is om te laten zien dat Ik werkelijk tegenwoordig ben. Aldus zullen alle mensen hun daden uitvoeren onder de blik van hun Vader en Ikzelf zal het schepsel voor Mij hebben dat Ik niet alleen heb geschapen, maar aangenomen. Op deze manier zullen Mijn kinderen als het ware onder het oog van hun tedere Vader zijn. Zelfs nu ben Ik overal, zeker, maar Ik zou willen dat Ik op een tastbare wijze werd voorgesteld!
  4. Ik wens dat gedurende het jaar de geestelijkheid en de gelovigen daden van vroomheid stellen tot Mijn eer, zonder nadeel voor hun gebruikelijke bezigheden. Laten Mijn priesters onbevreesd overal heengaan, onder alle naties, om de vlam van Mijn vaderlijke liefde overal te brengen. Dan zullen de zielen verlicht en veroverd worden, niet alleen onder ongelovigen, maar in al die gezindten die niet van de ware Kerk zijn. Ja, Ik wil ook dat die mensen, die Mijn kinderen zijn, deze vlam voor zich zien schijnen, om de waarheid te kennen, haar te omhelzen en alle Christelijke deugden in praktijk te brengen.
  5. Ik zou op een zeer speciale manier geëerd willen worden in seminaries, in noviciaten, in scholen en tehuizen voor ouden van dagen. Moge iedereen, van de jongste tot de oudste, in staat zijn Mij als hun Vader, Schepper en Verlosser te kennen en te beminnen.
  6. Laten de priesters beginnen te zoeken in de Heilige Schrift naar wat Ik in vroeger tijden heb gezegd en wat tot nu onbekend is gebleven wat betreft de aanbidding die Ik van de mensen wens te ontvangen. Mogen zij eraan werken Mijn verlangens en Mijn wil aan alle mensen bekend te maken, omschrijvend wat Ik wens te zeggen aan de mensen in het algemeen en aan priesters, monniken en kloosterzusters in het bijzonder. Dit zijn de zielen die Ik heb uitgekozen, meer dan andere in de wereld, om Mij grote hulde te brengen.

Natuurlijk zal het tijd vergen om deze wensen, die Ik voor de mensheid heb en die Ik aan jou heb onthuld, volledig te verwerkelijken! Maar op zekere dag zal Ik, door de gebeden en offers van edelmoedige zielen, die zichzelf zullen geven voor dit werk van Mijn liefde, ja, op zekere dag zal Ik tevreden worden gesteld. Ik zal je zegenen, Mijn beminde zoon, en Ik zal je honderdvoudig belonen voor alles wat je zult doen tot Mijn glorie.

 

TOT DE BISSCHOP

Ik wil ook een woord tot jou zeggen, Mijn zoon Alexander, opdat Mijn wensen verwezenlijkt mogen worden in de wereld.

Je moet je aansluiten bij de biechtvader van dit `kleine plantje’ van Mijn Zoon Jezus, voor het bevorderen van dit werk, dat wil zeggen de speciale devotie die Ik van de mensen verwacht. Aan jullie, Mijn zonen, vertrouw Ik dit werk toe en de toekomst ervan, dat zo belangrijk is.

Spreek, dring aan, maak Mijn woorden bekend, opdat Ik gekend, bemind en geëerd moge worden door al Mijn schepselen. Als je dit doet, zul je hebben gedaan wat Ik van je verwacht, dat wil zeggen Mijn wil, en je zult Mijn wensen hebben vervuld die Ik zo lang in stilte heb gekoesterd.

Voor alles wat je doet voor Mijn glorie zal Ik tweemaal zoveel doen voor jouw redding en heiliging. Op het einde, in de hemel, en alleen in de hemel, zul je de grote beloning zien die Ik jou op een zeer speciale manier zal geven, samen met al diegenen die tot dit einde hebben gewerkt.

Ik heb de mens voor Mijzelf geschapen, en het is rechtvaardig dat Ik ALLES voor hem zou zijn. De mens zal zich niet in het ware geluk verblijden behalve met zijn Vader en Schepper, want zijn hart is gemaakt voor Mij alleen.

Van Mijn kant is de liefde voor Mijn schepselen zo groot, dat Ik geen groter vreugde ken dan temidden van hen te zijn.

Mijn glorie in de hemel is oneindig groot, maar Mijn glorie is nog groter wanneer Ik temidden van Mijn kinderen ben, de mensen overal ter wereld. Jullie hemel, Mijn schepselen, is in het paradijs, samen met Mijn uitverkorenen, want het is daar dat jullie Mij zullen aanschouwen in een eeuwigdurend visioen en de eeuwige glorie zullen genieten. Mijn hemel is op aarde onder jullie allen, o mensen! Ja, het is op aarde en in jullie zielen dat Ik Mijn geluk zoek en Mijn vreugde. Jullie kunnen Mij deze vreugde bezorgen en het is ook jullie plicht tegenover jullie Schepper en Vader, Die dit van jullie verlangt en verwacht.

De vreugde die Ik voel in het bij jullie zijn is niet minder groot dan die welke Ik voelde toen Ik met Mijn Zoon was gedurende Zijn sterfelijk leven. Mijn Zoon – Ik was Degene die Hem zond. Hij was ontvangen door Mijn Heilige Geest, Die Ikzelf ben; in een woord, Ik was altijd Ik.

Jullie beminnend zoals Ik Mijn Zoon heb bemind, Die Ikzelf ben, zeg Ik tot jullie, Mijn schepselen, zoals Ik tegen Hem zei: jullie zijn Mijn geliefde kinderen en Ik schep behagen in jullie. Daarom verheug Ik Mij in jullie gezelschap en verlang Ik bij jullie te blijven. Mijn tegenwoordigheid onder jullie is als de zon op de aarde. Als jullie genegen zijn Mij te ontvangen, zal Ik zeer dicht bij jullie komen, in jullie binnengaan, jullie verlichten en met Mijn oneindige liefde verwarmen.

Wat jullie betreft, zielen in staat van zonde, of onkundig van de religieuze waarheid, Ik zal niet in jullie kunnen binnengaan; toch zal Ik dicht bij jullie zijn, want Ik houd nooit op jullie te roepen, jullie uit te nodigen te verlangen naar het ontvangen van de weldaden die Ik jullie breng, zodat jullie het licht zullen zien en genezen worden van de zonde.

Soms kijk Ik naar jullie en voel medelijden met jullie ongelukkige toestand. Soms kijk Ik met liefde naar jullie, om jullie ertoe te bewegen te bezwijken voor de verrukkingen van de genade. Ik breng dagen, soms jaren door dicht bij bepaalde zielen, om in staat te zijn hun eeuwig geluk veilig te stellen. Ze weten niet dat Ik daar ben en op hen wacht, dat Ik ze elk moment van de dag roep. Desondanks word Ik het nooit moe en Ik voel nog altijd vreugde in het dicht bij jullie blijven, steeds hopend dat jullie op zekere dag zullen terugkeren tot jullie Vader en dat jullie Mij tenminste een of andere liefdedaad zullen aanbieden voordat jullie sterven.

Ik zal jullie een voorbeeld geven van een ziel die voor een plotselinge dood staat; deze ziel is voor Mij altijd geweest als de Verloren Zoon. (Noot van Moeder Eugenia: “Ik zag dit voorbeeld als een feit, precies zoals onze Vader het dicteert en ik het schrijf”.)

Ik overlaadde deze ziel met weldaden, maar hij verspilde al die weldaden, al die gaven die zijn allerbeminnelijkste Vader hem verschafte. Meer dan dat, hij beledigde Mij zwaar. Ik wachtte op hem, Ik volgde hem overal, Ik schonk hem meer gunsten: gezondheid en rijkdom, wat Ik teweegbracht als resultaat van zijn werk, tot overvloed toe. Soms verleende Mijn voorzienigheid hem nog meer gaven. Daardoor had hij van alles genoeg, maar hij zag het allemaal in het droevige licht van zijn ondeugden, en zijn hele leven was een bouwsel van fouten vanwege doodzonde uit gewoonte. Maar Mijn liefde werd het nooit moe. Ik bleef hem volgen. Ik beminde hem, en het meest van alles, ondanks zijn afwijzingen, was Ik gelukkig geduldig dicht bij hem te leven, in de hoop dat hij misschien op zekere dag Mijn liefde zou beantwoorden en tot Mij, Zijn Vader en Verlosser, zou terugkeren.

Tenslotte nadert zijn laatste dag: Ik heb hem een ziekte bezorgd, om hem tot bezinning te brengen en tot Mij, zijn Vader, te doen terugkeren. De tijd vergaat en Mijn arme zoon – hij is 74 – is in zijn laatste uur. Ik ben er nog, zoals altijd: Ik spreek nog vriendelijker tot hem dan gewoonlijk. Ik volhard, Ik roep Mijn uitverkorenen en vraag hun voor hem te bidden, opdat hij om de vergiffenis zal vragen die Ik hem aanbied… En nu, alvorens zijn laatste adem uit te blazen, opent hij zijn ogen, erkent zijn fouten en begrijpt hoever hij van de ware weg, die naar Mij leidt, is afgedwaald. Hij komt tot bezinning en met een zwakke stem, welke niemand van hen die om hem heen staan kan horen, zegt hij: “Mijn God, nu kan ik zien hoe groot Uw liefde voor mij is geweest, en ik heb U voortdurend beledigd door een zo slecht leven. Ik heb nooit aan U gedacht, mijn Vader en Verlosser. Nu ziet U alles en ik smeek U om vergeving voor al dit kwaad dat U in mij ziet en wat ik nu in mijn verwarring bemerk. Ik bemin U, mijn Vader en mijn Verlosser!”

Hij stierf op datzelfde moment en nu staat hij voor Mij. Ik oordeel hem met een vaderlijke liefde: hij noemde Mij Vader en hij is gered. Hij zal een tijd doorbrengen in de plaats van uitboeting, en daarna zal hij in alle eeuwigheid gelukkig zijn. Nadat Ik gedurende zijn leven behagen heb geschept in de hoop hem te redden als hij berouw zou hebben, nu verheug Ik Mij nog meer, samen met Mijn hemels hof, Mijn verlangen te hebben verwerkelijkt om voor altijd zijn Vader te zijn.

Wat betreft de zielen die leven in gerechtigheid en heiligmakende genade, Ik toon Mijn geluk door in hen te leven. Ik geef hun Mijzelf. Ik draag hun het gebruik van Mijn Macht over en door Mijn liefde vinden ze een voorsmaak van de hemel, in Mij, hun Vader en Verlosser!”

Aldus eindigt het eerste deel van de Boodschap.

 

DE BOODSCHAP VAN DE VADER

Deel II

Het tweede deel begint op 12 augustus 1932. Op een dag nam de duivel het en verknipte de omslag met een schaar.

“Ik heb zojuist een bron opengelegd van levend water, die nooit zal opdrogen vanaf nu tot aan het einde der tijden. Ik kom tot jullie, Mijn schepselen, om Mijn vaderlijke Borst te openen, die gevuld is met liefde voor jullie, Mijn kinderen. Ik wil dat jullie getuigen zijn van Mijn oneindige en barmhartige liefde. Het is voor Mij niet voldoende om jullie Mijn liefde te hebben laten zien; Ik wil ook Mijn Hart voor jullie openen, waaruit een verfrissende bron zal komen en waar alle mensen hun dorst zullen lessen. Ze zullen dan vreugden ervaren die ze tot nu nooit hebben gekend, omdat ze zo terneergedrukt zijn door de overdreven vrees die ze voor Mij, hun tedere Vader hadden.

Sinds de tijd dat Ik de mensen een Verlosser beloofde, heb Ik deze bron voort doen stromen. (Noot van Moeder Eugenia: “Ik heb deze bron elke dag kunnen zien sinds Hij voor het eerst erover sprak”.) Ik heb hem door het hart van Mijn Zoon doen stromen om jullie te bereiken. Maar Mijn onmetelijke liefde voor jullie laat Mij nog meer doen, door het openen van Mijn Borst waaruit dit water van redding zal stromen voor Mijn kinderen, en Ik sta hun toe vrijelijk te putten wat ze nodig hebben voor tijd en eeuwigheid.

Als jullie de kracht van deze bron, waarover Ik spreek, willen testen, leert Mij dan eerst beter kennen en beminnen in de mate die Ik wens, dat wil zeggen niet alleen als een Vader, maar als jullie Vriend en Vertrouweling.

Waarom zijn jullie zo verbaasd over wat Ik zeg? Heb Ik jullie niet naar Mijn Beeld geschapen? Ik deed dit, opdat jullie het niet vreemd zouden vinden als jullie in vertrouwelijke bewoordingen praten met jullie Vader, jullie Schepper en jullie God. Want jullie zijn de kinderen geworden van Mijn vaderlijke en goddelijke liefde door Mijn barmhartige goedheid.

Mijn Zoon Jezus is in Mij en Ik ben in Hem, in onze onderlinge liefde die de Heilige Geest is, Die ons verenigd houdt in deze band van liefde om ons EEN te maken.

Mijn Zoon is het vat van deze bron, waarmee de mensen mogen gaan putten uit Zijn Hart, Dat altijd vol is, tot overlopens toe, met het reddende water! Maar jullie moeten jezelf verzekeren van het bestaan van deze bron, die Mijn Zoon voor jullie openlegt, zodat jullie jezelf ervan kunnen overtuigen dat hij fris en aangenaam is! Komt dus tot Mij door Mijn Zoon, en als jullie eenmaal dicht bij Mij zijn, vertrouw dan jullie verlangens aan Mij toe. Ik zal jullie deze bron tonen door Mijzelf aan jullie bekend te maken zoals Ik werkelijk ben. Als jullie Mij kennen, zal jullie dorst gelest zijn, jullie zullen herleefd zijn, jullie ziekten zullen genezen zijn, jullie vrees zal verdwijnen. Jullie vreugde zal groot zijn en jullie liefde zal zich zekerder voelen dan ooit tevoren.

Maar, zullen jullie tegen Mij zeggen, hoe kunnen wij tot U komen? Oh, komt langs het pad van vertrouwen, noemt Mij jullie Vader, bemint Mij in geest en waarheid, en dit zal genoeg zijn om dit verfrissende en krachtige water jullie dorst te doen lessen.

Maar als jullie werkelijk willen dat dit water jullie alles geeft wat jullie nodig hebben om Mij te kennen en te beminnen, en jullie je koud en onverschillig voelen, roept Mij dan aan met de zoete naam van Vader, en Ik zal tot jullie komen. Mijn bron zal jullie liefde en vertrouwen geven, en alles wat jullie nodig hebben om voor altijd door jullie Vader en Schepper te worden bemind.

Daar Ik er zeer naar verlang door ieder van jullie te worden gekend, zodat jullie je allen, zelfs hier op aarde, in Mijn goedheid en Mijn tederheid kunnen verheugen, maakt jezelf dan tot apostelen voor hen die Mij nog niet kennen, en Ik zal jullie gezwoeg en inspanningen zegenen en grote glorie, samen met Mij, voor jullie bereiden in eeuwigheid!

Ik ben de oceaan van barmhartigheid, Mijn kinderen, en dit is een ander bewijs van de vaderlijke liefde die Ik voor jullie allen, zonder uitzondering, koester, ongeacht jullie leeftijd, status of land. Evenmin sluit Ik de verschillende kerkelijke gemeenten, sekten, gelovigen, ongelovigen of de onverschilligen uit. In deze liefde sluit Ik alle redelijke schepselen in die de mensheid uitmaken.

Hier is het bewijs ervan: Ik ben de oceaan van barmhartigheid. Ik liet jullie de bron zien die uit Mijn Borst stroomt om jullie dorst te lessen, en nu, om jullie Mijn goedheid voor iedereen te laten zien, ga Ik jullie de oceaan van Mijn universele barmhartigheid laten zien, opdat jullie er blindelings in kunnen duiken. Waarom? Opdat, door in deze oceaan te duiken, de door fouten en zonden verbitterde zielen hun bitterheid mogen verliezen in dit bad van liefde. Ze zullen uit deze oceaan beter tevoorschijn komen, gelukkig te hebben geleerd hoe ze goed en menslievend moeten zijn. Als jullie zelf, door onwetendheid of zwakte, opnieuw terugvallen in deze staat van bitterheid, zal Ik nóg een oceaan van barmhartigheid zijn, bereid deze bittere druppel te ontvangen en om te vormen in barmhartigheid en goedheid, en jullie heilig te maken zoals Ik, jullie Vader, ben.

Mijn kinderen, willen jullie je leven op aarde leven in vrede en vreugde? Komt en werpt jezelf in deze onmetelijke oceaan en blijft erin voor eeuwig. Als jullie werken en je normale leven leeft, zal dit leven worden geheiligd door barmhartigheid.

Wat betreft Mijn kinderen die de waarheid niet volgen, Ik verlang des te meer hen met Mijn vaderlijke voorliefde te omhullen, opdat ze hun ogen mogen openen voor het licht, dat nu helderder schijnt dan ooit.

Dit is de tijd van genaden, voorzien en verwacht sinds het begin van de tijd! Ik ben hier persoonlijk om tot jullie te spreken. Ik kom als de tederste en meest beminnende van alle vaders. Ik buig Mij neer, Mijzelf vergetend, om jullie tot Mij te verheffen en jullie redding te verzekeren. Jullie allen die nu leven, en ook jullie die in de leegte bent maar die zullen leven eeuw na eeuw tot het einde van de wereld, onthoudt dat jullie niet alleen zijn: een Vader denkt aan jullie en biedt jullie een aandeel in de onpeilbare voorrechten van Zijn liefde. Nadert de bron die voor eeuwig zal stromen uit Mijn vaderlijke Borst. Proeft de zoetheid van dit heilbrengende water, en als jullie àl zijn heerlijke kracht hebben gevoeld in jullie zielen, dat al jullie behoeften bevredigt, komt en werpt jezelf in de oceaan van Mijn barmhartigheid, om alleen in Mij te leven, aan jezelf te sterven en eeuwig in Mij te leven.

(Noot van Moeder Eugenia: “Onze Vader vertelde mij in een vertrouwelijke dialoog: `De bron is het symbool van Mijn kennis; de oceaan is het symbool van Mijn barmhartigheid en van jullie vertrouwen. Als jullie uit deze bron wensen te drinken, mediteert dan over Mij om Mij te kennen, en als jullie Mij kennen, duikt dan in de oceaan van Mijn barmhartigheid, in Mij gelovend met een vertrouwen zo diep, dat het jullie omvormt: dat zal Ik niet kunnen weerstaan. Ik zal dan jullie fouten vergeven en de grootste gunsten over jullie uitgieten’. “)

Ik ben temidden van jullie. Gelukkig zij die geloven in deze waarheid en gebruikmaken van deze tijd, waarover de Heilige Schrift als volgt heeft gesproken: “Er zal een tijd komen waarin God door de mensen geëerd en bemind moet worden zoals Hij dat verlangt”.

De Heilige Schrift gaat dan verder met de vraag: “Waarom?” en antwoordt: “Want Hij alleen is eer, liefde en lof voor eeuwig waardig!”

Mozes ontving van Mij als eerste van de tien geboden dit gebod om aan de mensen over te brengen: “Bemint en aanbidt God!”

Zij die al Christenen zijn kunnen zeggen: “We hebben U bemind sinds we werden geboren of sinds onze bekering, zoals we dikwijls zeggen in het gebed van de Heer: ‘Onze Vader, Die in de hemel zijt’!” Ja, Mijn kinderen, het is waar, jullie beminnen en eren Mij als jullie het eerste deel van het `Onze Vader’ zeggen, maar gaan door met de andere vragen, en jullie zullen zien:

‘Geheiligd worde Uw Naam!’

Wordt Mijn Naam gezegend?

Gaat door: ‘Uw Rijk kome!’ Is Mijn Koninkrijk gekomen?

Jullie eren zeer vurig het Koningschap van Mijn Zoon Jezus, het is waar, en in Hem eren jullie Mij! Maar zullen jullie je Vader deze grote glorie weigeren, namelijk Hem te verkondigen als `Koning’, of Mij tenminste laten regeren totdat alle mensen Mij zullen kennen en beminnen?

Ik verlang dat jullie dit feest van het Koningschap van Mijn Zoon vieren als eerherstel voor de beledigingen Hem voor Pilatus aangedaan en door de soldaten, die Zijn Heilige en onschuldige mensheid geselden. Ik vraag jullie niet dit feest af te schaffen, maar het integendeel enthousiast en vurig te vieren; maar opdat iedereen deze Koning werkelijk moge kennen, moeten ze ook Zijn Koninkrijk kennen. Nu, om deze tweevoudige kennis volmaakt te verkrijgen is het ook noodzakelijk de Vader van deze Koning, de Maker van dit koninkrijk te kennen.

Waarlijk, Mijn kinderen, de Kerk – de kerkelijke gemeente, waarvan Ik de stichting aan Mijn Zoon heb toevertrouwd – zal haar werk voltooien door Hem te eren Die de Auteur ervan is: jullie Vader en Schepper.

Sommigen van jullie, Mijn kinderen, zullen antwoorden: “De Kerk is ononderbroken gegroeid. De Christenen zijn steeds talrijker: dat is een voldoende bewijs dat onze Kerk compleet is!” Weet, Mijn kinderen, dat jullie Vader altijd gewaakt heeft over de Kerk sinds haar geboorte, en dat Ik, samen met Mijn Zoon en de Heilige Geest, wilde dat ze onfeilbaar zou zijn in de persoon van Mijn Vicaris, de Heilige Vader. Is het echter niet waar dat, als Christenen Mij kenden zoals Ik ben, de tedere en barmhartige, goede en vrijgevige Vader, zij deze heilige godsdienst vuriger en oprechter zouden praktizeren?

Mijn kinderen, is het misschien niet waar dat, als jullie wisten dat jullie een Vader hadden Die aan jullie denkt en jullie oneindig bemint, jullie op je beurt een poging zouden doen om trouwer te zijn aan jullie Christelijke plichten, evenals aan jullie plichten als burgers, om rechtschapen te zijn en rechtvaardigheid te betonen tegenover God en de mensen?

Is het niet waar dat als jullie deze Vader kenden, Die jullie allen zonder onderscheid bemint en Die jullie allen zonder onderscheid bij de zoete naam van kinderen roept, jullie Mij zouden beminnen als toegenegen kinderen, en dat deze liefde, onder Mijn aansporing, een actieve liefde zou worden, zich uitstrekkend tot de rest van de mensheid, die deze Christelijke gemeenschap nog niet kent en nog minder Hem Die hen heeft geschapen en Die hun Vader is?

Als iemand naar deze zielen zou gaan, en tot hen die zijn overgelaten aan hun bijgeloven zou spreken, of tot zoveel anderen, die Mij God noemen omdat ze weten dat Ik besta maar niet dat Ik dicht bij hen ben; als iemand tegen hen zou zeggen dat hun Maker ook hun Vader is, en dat Hij aan hen denkt en bekommerd om hen is, en dat Hij hen omringt met vertrouwelijke genegenheid in hun leed en neerslachtigheid, dit de bekering zou verkrijgen van de meest hardnekkigen, en deze bekeringen zouden talrijker en standvastiger zijn, dat wil zeggen volhardender.

Sommigen van jullie zullen bij het onderzoeken van dit werk van liefde, dat Ik onder jullie breng, reden vinden om te kritiseren en ze zullen zeggen: “Maar spreken de missionarissen, nadat ze zijn aangekomen in die verre landen, niet tot de ongelovigen over God, Zijn goedheid en Zijn barmhartigheid? Wat zouden ze meer over God kunnen zeggen, daar ze steeds over Hem spreken?”

De missionarissen hebben over God gesproken en spreken nog steeds over Hem in zoverre ze Hem kennen, maar Ik verzeker jullie, jullie kennen Mij niet zoals Ik ben, want Ik kom om Mijzelf bekend te maken als de Vader van allen en de meest tedere van alle vaders, om jullie liefde om te vormen, die door vrees is vervormd.

Ik kom om Mijzelf gelijk te maken aan Mijn schepselen, om de idee die jullie hebben van een vreeswekkend rechtvaardige God te corrigeren, daar Ik zie hoe mensen hun hele leven doorbrengen zonder te vertrouwen op hun enige Vader, Wiens enig verlangen het is hun aardse leven gemakkelijker te maken en hun daarna een goddelijk leven te geven in de hemel.

Dit is een bewijs dat hun zielen Mij niet meer kennen dan jij het doet, doordat jullie de idee die jullie over Mij hebben niet hebben overwonnen. Maar nu geef Ik jullie dit licht. Blijft in het licht en brengt het aan iedereen, en het zal een machtig middel zijn om zowel bekeringen te verkrijgen als om, zo mogelijk, de poorten van de hel te sluiten, want Ik herhaal nu Mijn belofte, die eeuwig zal duren:

ALLEN DIE MIJ AANROEPEN ONDER DE NAAM VADER, AL IS HET MAAR EENMAAL, ZULLEN NIET OMKOMEN, MAAR ZULLEN ZEKER ZIJN VAN HUN EEUWIG LEVEN ONDER DE UITVERKORENEN.

En jullie, die voor Mijn glorie zullen werken en jezelf inzetten om Mij bekend te maken, geëerd en bemind, geef Ik de verzekering dat jullie loon groot zal zijn, want Ik zal alles tellen, zelfs jullie kleinste inspanning, en Ik zal jullie in eeuwigheid honderdvoudig belonen.

Zoals Ik je heb verteld is het noodzakelijk om in de heilige Kerk de devotie tot vervulling te brengen, die de Grondlegger van deze Kerk op een speciale wijze eert, Degene Die haar kwam stichten en er de ziel van is, God in drie Personen: Vader, Zoon en Heilige Geest.

Totdat de drie Personen door een speciale devotie worden vereerd in de Kerk en door de gehele mensheid, zal er iets ontbreken in deze gemeenschap. Ik heb al enkele zielen bewust gemaakt van dit gebrek, maar de meesten van hen, te bang, hebben Mijn oproep niet beantwoord. Anderen hebben de moed gehad om er met de juiste mensen over te spreken, maar met hun mislukking voor ogen hebben ze niet volhard.

Nu is Mijn uur gekomen. Ik kom Zelf om de mensen, Mijn kinderen, te doen weten wat ze tot vandaag niet helemaal hebben begrepen. Ikzelf kom om de vlam van de wet der liefde te brengen, opdat hierdoor de enorme laag ijs, die de mensheid omsluit, kan smelten en worden vernietigd.

Oh, dierbare mensheid, oh, mensen die Mijn kinderen bent, bevrijdt jezelf van de boeien waarmee de duivel jullie tot nu toe heeft geketend, jullie vrees inboezemend voor een Vader Die louter liefde is! Komt, komt nader tot Mij, jullie hebben alle recht om jullie Vader te naderen; opent jullie harten, bidt tot Mijn Zoon dat Hij jullie moge helpen Mijn goedheid tegenover jullie nog beter te leren kennen.

Jullie, die gevangenen bent van bijgeloof en de wetten van de duivel, verlaat deze tirannieke slavernij en komt tot de waarheid der waarheden. Erkent Degene die jullie heeft geschapen en Die jullie Vader is. Probeert niet aanspraak te maken op jullie rechten door verering en hulde te brengen aan hen die jullie ertoe hebben gebracht je leven tot nu toe nutteloos door te brengen, maar komt tot Mij, Ik wacht op jullie allen, want jullie zijn allen Mijn kinderen.

En jullie, die in het ware licht bent, vertelt hun hoe zoet het is te leven in de waarheid! Zegt ook tot die Christenen, tot die dierbare schepselen, Mijn kinderen, hoe zoet het is te denken dat er een Vader is Die alles ziet, alles weet, voor alles zorgt, Die oneindig goed is, Die gemakkelijk vergeeft en slechts straft met tegenzin en niet snel. Zegt hun tot Mij te komen: Ik zal hen helpen, Ik zal hun last verlichten en hun harde leven verzachten. Ik zal hen bedwelmen met Mijn vaderlijke liefde, om hen gelukkig te maken in tijd en eeuwigheid.

En jullie, Mijn kinderen, die het geloof verloren hebt en in de duisternis leeft, verheft jullie ogen, jullie zullen schitterende stralen zien komen om jullie te verlichten. Ik ben de zon die schijnt, verwarmt en opnieuw verwarmt. Kijkt, en herkent dat Ik jullie Schepper ben, jullie Vader, jullie ene en enige God. Het is omdat Ik jullie bemin, dat Ik kom om jullie Mij te doen beminnen, opdat jullie allen gered worden.

Ik spreek tot alle mensen, over de gehele wereld, en doe deze oproep van Mijn vaderlijke liefde luid weerklinken; deze oneindige liefde, die Ik wil dat jullie kennen, is een duurzame werkelijkheid.

Bemint, bemint, bemint altijd, maar laat ook anderen zien hoe de Vader te beminnen, opdat Ik vanaf vandaag jullie allen de Vader kan laten zien Die jullie zo hartstochtelijk bemint.

En jullie, Mijn beminde zonen, priesters en monniken, Ik vermaan jullie deze vaderlijke liefde, die Ik voor de mensen en voor jullie in het bijzonder koester, bekend te maken. Jullie moeten werken, opdat Mijn wil moge worden volbracht in alle mensen en in jullie. Het is dat Ik bekend zou moeten zijn, geëerd en bemind. Laat Mijn liefde niet voor lange tijd werkeloos zijn, want Ik ben dorstig in Mijn verlangen te worden bemind!

Deze eeuw is bevoorrecht boven alle andere. Laat dit privilege niet voorbijgaan, uit vrees dat het zou worden teruggetrokken! Zielen hebben een zekere goddelijke aanraking nodig, en de tijd dringt; weest nergens bang voor, Ik ben jullie Vader; Ik zal jullie helpen bij jullie inspanningen en jullie werk. Ik zal jullie altijd steunen en jullie reeds hierbeneden vrede en zielevreugde doen genieten, door jullie geestelijke arbeid en jullie ijverige werken vrucht te doen dragen. Dit is een onschatbare gave, daar de ziel die vredig en blij is reeds een voorsmaak heeft van de hemel, terwijl zij wacht op haar eeuwige beloning.

Ik heb aan Mijn Vicaris, de Opperste Hogepriester, Mijn Vertegenwoordiger op aarde, een zeer speciale voorliefde gegeven voor het missionaire apostolaat in verre landen, en vooral een grote ijver om over heel de wereld de devotie tot het Heilig Hart van Mijn Zoon Jezus te verspreiden. Nu vertrouw Ik hem de taak toe die deze zelfde Jezus op aarde kwam vervullen: Mij te verheerlijken door Mij bekend te maken zoals Ik ben, juist zoals Ik het aan alle mensen, Mijn schepselen en kinderen, vertel.

Als de mensen konden doordringen tot het Hart van Jezus in al Zijn verlangens en Zijn glorie, dan zouden ze beseffen dat Zijn meest brandende verlangen is de Vader te verheerlijken, Degene Die Hem heeft gezonden, en vooral om Zijn glorie niet te laten verminderen, zoals tot nu toe is gebeurd. Hij verlangt de volmaakte glorie die de mens Mij kan en moet geven, als hun Vader en Schepper, en nog meer als de Bewerker van hun Verlossing!

Ik vraag van de mens wat hij in staat is Mij te geven: zijn vertrouwen, zijn liefde en zijn dankbaarheid. Het is niet omdat Ik Mijn schepsel nodig heb en zijn aanbidding, dat Ik verlang te worden gekend, geëerd en bemind; de enige reden waarom Ik Mij neerbuig tot Mijn schepsel is om hem te redden en in Mijn glorie te doen delen. Verder besef Ik in Mijn goedheid en Mijn liefde, dat de wezens die Ik uit het niets heb geschapen en als Mijn ware kinderen heb aangenomen, in groten getale in het eeuwig ongeluk met de duivels vallen. Ze schieten zodoende tekort in de vervulling van het doel van hun schepping en verliezen hun tijd en hun eeuwigheid!

Als er iets is dat Ik nu bovenal verlang, is het eenvoudig meer vurigheid te zien van de kant van de rechtschapenen, een effen pad voor de bekering van zondaars, oprechte en volhardende bekering, en de terugkeer van de verloren zonen naar het huis van hun Vader. Ik zinspeel in het bijzonder op de Joden en alle anderen die Mijn schepselen en kinderen zijn, zoals de schismatici, de ketters, de vrijmetselaars, de arme ongelovigen, de heiligschenners, en de verschillende geheime sekten. Ik wil dat deze hele wereld weet dat er een God en Schepper is. Deze God, Die Zich twee maal tot hun onwetendheid zal richten, is hun onbekend; ze weten niet dat Ik hun Vader ben.

Gelooft Mij, jullie die naar Mij luisteren als jullie deze woorden lezen: als alle mensen die ver van onze Katholieke Kerk zijn mensen zouden horen spreken over deze Vader, Die hen bemint, Die hun Schepper is en hun God, over deze Vader, die hun eeuwig leven wenst te geven, dan zouden veel van deze mensen, zelfs de meest halsstarrigen, tot deze Vader komen, over Wie jullie tot hen hadden gesproken.

Als jullie niet naar hen toe kunt gaan en direct tot hen spreken, zoekt dan naar andere middelen: duizenden directe en indirecte wegen. Doet ze van kracht worden met de ware geest van leerlingen en met grote vurigheid. Ik beloof jullie, dat jullie inspanningen weldra door een speciale genade met succes bekroond zullen worden. Maakt jezelf tot apostelen van Mijn vaderlijke goedheid, en vanwege de ijver die Ik jullie allen zal geven, zullen jullie sterk zijn en machtig in jullie werk temidden van de zielen.

Ik zal altijd dicht bij jullie zijn en in jullie: als er twee van jullie spreken, zal Ik bij jullie zijn; als er meer zijn, zal Ik temidden van jullie zijn; aldus zullen jullie zeggen wat Ik jullie ingeef te zeggen, en Ik zal jullie toehoorders in de juiste geestesgesteldheid brengen om naar jullie te luisteren. Op deze manier zullen de mensen door liefde worden veroverd en voor alle eeuwigheid worden gered. Met betrekking tot de manier van Mij eren zoals Ik dat verlang, is alles wat Ik van jullie vraag een groot vertrouwen. Denkt niet dat Ik strengheid of verstervingen wil; Ik wil niet dat jullie op blote voeten loopt of je gezicht in het stof legt, of jezelf met as bedekt. Nee, nee! Mijn liefste verlangen is dat jullie je gedragen als kinderen, eenvoudig en met vertrouwen in Mij!

Met jullie zal Ik alles voor iedereen worden, de tederste en meest liefhebbende Vader. Ik zal op vertrouwelijke voet met jullie staan, door Mijzelf helemaal aan jullie te geven en Mijzelf klein te maken om jullie voor eeuwig groot te maken.

De meeste ongelovigen, de goddelozen en verscheidene gemeenschappen blijven in hun ongerechtigheid en ongeloof, omdat ze denken dat Ik het onmogelijke van hen vraag, dat ze zich aan Mijn geboden moeten onderwerpen als slaven van een tirannieke heer, wiens kracht en trots hem op afstand houden van zijn ondergeschikten, om hen te verplichten Hem respect en toewijding te betonen. Nee, nee, Mijn kinderen! Ik weet hoe Ik Mijzelf klein moet maken, veel kleiner dan jullie je kunnen voorstellen.

Wat Ik echter vereis is de trouwe inachtneming van de geboden die Ik aan de Kerk heb gegeven, opdat jullie redelijke schepselen zullen zijn en niet als dieren zult zijn, vanwege jullie gebrek aan discipline en jullie slechte neigingen, opdat jullie de schat zullen bewaren welke de ziel is die Ik jullie gegeven heb, gekleed in de volheid van haar goddelijke schoonheid!

En doet dan, overeenkomstig Mijn verlangen, wat Ik jullie al heb opgedragen te doen: eert Mij met een speciale devotie. Moge dit jullie Mijn wil doen kennen om jullie veel weldaden te geven en in hoge mate te doen delen in Mijn macht en Mijn glorie, eenvoudig om jullie gelukkig te maken en te redden, en Mijn enige verlangen te tonen: jullie te beminnen, en als antwoord daarop door jullie te worden bemind.

Als jullie Mij als trouwe kinderen beminnen, zullen jullie ook liefdevol en gehoorzaam respect hebben voor Mijn Kerk en Mijn vertegenwoordigers. Niet een respect zoals jullie dat nu betonen, dat jullie ver van Mij houdt omdat jullie hang voor Mij zijn. Dit valse respect, dat jullie nu hebben, is een onrechtvaardigheid tegenover de gerechtigheid, het is een wonde die jullie veroorzaken in het gevoeligste deel van Mijn Hart; jullie vergeten, versmaden Mijn vaderlijke liefde voor jullie.

Wat Mij het meest bedroefde in Mijn volk Israël, en wat Mij nog het meest doet lijden om de hedendaagse mensheid, is dit slecht uitgedrukte respect dat jullie voor Mij hebben. De vijand van de mens heeft het in feite gebruikt om hem ertoe te brengen tot afgoderij en schisma’s te vervallen. Hij gebruikt het nog steeds en zal doorgaan het tegen jullie te gebruiken om jullie ver van de waarheid te houden, van Mijn Kerk en van Mij. Oh, staat jezelf niet langer toe door de vijand te worden geleid; gelooft in de waarheid die aan jullie is geopenbaard en wandelt in het licht van deze waarheid.

Jullie, Mijn kinderen, die buiten de Katholieke Kerk staan, zouden moeten beseffen dat jullie niet zijn uitgesloten van Mijn vaderlijke liefde. Ik doe dit tedere verzoek aan jullie, omdat ook jullie Mijn kinderen zijn. Als jullie tot nu geleefd hebben in de strikken van de duivel, erkent dat hij jullie heeft bedrogen. Komt tot Mij, jullie Vader, en Ik zal jullie met blijdschap en liefde ontvangen!

En jullie, die alleen de godsdienst kent waarin jullie zijn opgegroeid, en die niet de ware godsdienst is, opent jullie ogen. Hier is jullie Vader, Hij Die jullie schiep en Die jullie wil redden. Ik kom tot jullie om jullie de waarheid en redding te brengen. Ik kan zien dat jullie Mij niet kennen en niet beseffen dat alles wat Ik voor jullie wil is Mij te kennen als jullie Vader, Schepper en Verlosser. Het is vanwege deze onwetendheid dat jullie Mij niet kunnen beminnen. Begrijpt daarom dat Ik niet zo ver van jullie verwijderd ben als jullie denken.

Hoe zou Ik jullie alleen kunnen laten, nadat Ik jullie had geschapen en door Mijn liefde had aangenomen? Ik volg jullie overal, Ik bescherm jullie altijd, opdat alles een bevestiging moge worden van Mijn vrijgevigheid tegenover jullie, ondanks jullie vergeetachtigheid wat betreft Mijn oneindige goedheid. Deze vergeetachtigheid doet jullie zeggen: “De natuur voorziet ons van alles, ze doet ons leven en sterven”. Dit is de tijd van genade en licht. Erkent dan dat Ik de enige ware God ben!

Om jullie werkelijk geluk te geven in dit leven en in het volgende, wil Ik dat jullie doen wat Ik jullie in dit licht ingeef. De tijd is gunstig, verliest deze liefde niet, die zo tastbaar aan jullie harten is aangeboden. Ik vraag iedereen deel te nemen aan de Heilige Eucharistie volgens de liturgie; dat behaagt Mij zeer! Later zal Ik jullie enkele korte gebeden ingeven, maar Ik wil jullie niet overbelasten! Het belangrijkste zal zijn Mij te eren zoals Ik je gezegd heb, door een feest ter ere van Mij in te stellen en Mij te dienen met de eenvoud van ware kinderen van jullie God, Vader, Schepper en Verlosser van het menselijk ras.

Hier is nog een bewijs van Mijn vaderlijke liefde voor de mensen. Mijn kinderen, Ik zal niet tot jullie spreken over de gehele grootheid van Mijn oneindige liefde, want jullie hoeven slechts de heilige boeken te openen, te kijken naar het kruisbeeld, het tabernakel en het Heilig Sacrament, om de omvang te beseffen van Mijn liefde voor jullie!

Niettemin, om jullie te laten zien dat jullie aan Mijn wil ten aanzien van jullie moeten voldoen en Mij beter bekend en bemind te maken, verlang Ik, voordat Ik deze woorden beëindig, die slechts de basis van Mijn werk van liefde onder jullie uitzetten, jullie aandacht te vestigen op enkele van de ontelbare bewijzen van Mijn liefde voor jullie!

Zolang de mens niet in de waarheid leeft, kan hij geen echte vrijheid ervaren. Jullie, Mijn kinderen, denken datje vreugde en vrede bezit, jullie die buiten de ware wet zijt wat betreft gehoorzaamheid, waarvoor Ik jullie heb geschapen. Maar diep in jullie hart voelen jullie, dat je noch ware vrede noch ware blijdschap bezit en dat jullie niet de ware vrijheid genieten van Degene Die jullie heeft geschapen en jullie God en Vader is!

Maar jullie, die verblijven in de ware wet, of beter gezegd, die beloofd hebt de wet te volgen die Ik jullie gegeven heb om jullie redding te verzekeren, hebt je door de ondeugd tot het kwaad doen verleiden. Jullie zijn van de wet afgedwaald door je slecht te gedragen. Denken jullie dat je gelukkig bent? Nee. Jullie voelen dat jullie hart niet gerust is. Menen jullie dat jullie hart tenslotte tevreden zal zijn wanneer jullie op zoek zijn naar plezier en andere menselijke vreugden? Nee. Laat Mij jullie vertellen dat jullie je nooit werkelijk vrij zullen voelen noch werkelijk gelukkig, totdat jullie Mij erkennen als jullie Vader en je onderwerpt aan Mijn juk, om ware kinderen van God, jullie Vader te zijn.

Waarom? Omdat Ik jullie heb geschapen voor een enkel doel, Mij te kennen, Mij te beminnen en Mij te dienen, zoals een eenvoudig en vertrouwvol kind zijn vader dient.

Eens, in het Oude Testament, gedroegen de mensen zich als dieren, zij bewaarden geen enkel teken van hun waardigheid als kinderen van God, hun Vader. Om hen dus te doen beseffen dat Ik hen wenste te verheffen tot de grote waardigheid van Gods kinderen, moest Ik Mijzelf soms als verschrikkelijk streng tonen. Later, toen Ik zag dat sommigen van hen waren begiftigd met voldoende verstand om te begrijpen, uiteindelijk, dat het noodzakelijk was om afstand te nemen van de dieren, toen begon Ik hen met weldaden te overladen, om hen te doen zegevieren over degenen die nog niet in staat waren hun eigen waardigheid te herkennen en te bewaren.

En toen ze in aantal toenamen, zond Ik Mijn Zoon naar hen. Hij was getooid met alle goddelijke volmaaktheden, want Hij was de Zoon van een volmaakte God. Hij was Degene die hun de weg tot de volmaaktheid wees. Door Hem heb Ik jullie in Mijn oneindige liefde aangenomen als ware kinderen. Sindsdien heb Ik jullie nooit eenvoudig `schepselen’ genoemd, maar ‘kinderen’.

Ik heb jullie gehuld in de ware geest van de nieuwe wet, die jullie niet alleen onderscheidt van de dieren, zoals de mensen van de oude wet, maar die jullie verheft boven deze mensen van het Oude Testament. Ik heb jullie allen verheven tot de waardigheid van kinderen van God. Ja, jullie zijn Mijn kinderen en jullie moeten tegen Mij zeggen dat Ik jullie Vader ben. Maar vertrouwt Mij zoals kinderen doen, want zonder dit vertrouwen zullen jullie nooit werkelijk vrij zijn.

Alles wat Ik tot jullie zeg is bedoeld om jullie te doen beseffen dat Ik kom om dit werk van liefde ten uitvoer te brengen, om jullie krachtig hulp te bieden om de tirannieke slavernij, die jullie zielen gevangen houdt, te verwerpen en jullie ware vrijheid te doen genieten, waaruit het ware geluk komt. Vergeleken met deze vrijheid zijn alle aardse vreugden niets. Verheft jullie zelf tot de waardigheid van kinderen van God en leert hoe je je eigen grootheid moet respecteren. Ik zal dan meer dan ooit jullie Vader zijn, de beminnelijkste en meest barmhartige van alle vaders.

Ik ben gekomen om met dit werk van liefde vrede te brengen. Ik zal een straal van vrede laten vallen op iedereen die Mij eert en op Mij vertrouwt, zodat hij zal worden verlicht in al zijn zorgen, al zijn getob, lijden en smarten, vooral als hij Mij aanroept en bemint als zijn Vader. Als families Mij eren en beminnen als hun Vader, zal Ik hun Mijn vrede geven samen met Mijn voorzienigheid. Als werknemers, zakenmensen en handwerkslieden Mij aanroepen en eren, zal Ik hun Mijn vrede en Mijn kracht geven, Ik zal laten zien dat Ik de goede en barmhartige Vader ben. Als elke Christelijke gemeenschap Mij aanroept en eert, zal Ik haar Mijn vrede geven, Ik zal laten zien dat Ik de beminnelijkste Vader ben, en door Mijn macht zal Ik de eeuwige redding van de zielen verzekeren.

Als de hele mensheid Mij aanroept en eert, zal Ik de geest van vrede op haar doen neerkomen als een weldadige dauw.

Als alle naties als zodanig Mij aanroepen en eren, zal er geen twist, geen oorlog meer zijn, want Ik ben de God van vrede, en waar Ik ben kan niet langer oorlog zijn.

Wens je de overwinning te behalen op je vijand? Wend je tot Mij en je zult over hem triomferen.

Tenslotte, jullie weten dat Ik alles kan doen vanwege Mijn macht. Wel, Ik bied jullie allen deze macht aan om haar voor nu en altijd te gebruiken. Ik zal altijd laten zien dat Ik jullie Vader ben, vooropgesteld dat jullie tonen Mijn kinderen te zijn.

Wat verlang Ik te bereiken met dit werk van liefde, zoniet het vinden van harten die in staat zijn Mij te begrijpen?

Ik ben de heiligheid, waarvan Ik de volmaakte en volle uitdrukking bezit; Ik bied jullie deze heiligheid aan, waarvan Ik de Schepper ben, door Mijn Heilige Geest, en Ik druppel haar in jullie zielen door de verdiensten van Mijn Zoon.

Het is door Mijn Zoon en de Heilige Geest dat Ik tot en in jullie kom, en het is in jullie dat Ik Mijn rust zoek.

Voor sommige zielen zullen de woorden “Ik kom in jullie” een mysterie lijken, maar het is geen mysterie! Want door Mijn Zoon op te dragen de Heilige Eucharistie in te stellen, bedoelde Ik tot jullie te komen elke keer wanneer jullie de Heilige Hostie ontvangen!

Natuurlijk stond Mij niets in de weg om zelfs vóór de Eucharistie tot jullie te komen, daar voor Mij niets onmogelijk is! Maar het ontvangen van dit Sacrament is een daad die gemakkelijk te begrijpen is, en het laat zien hoe Ik tot jullie kom!

Als Ik in jullie ben, kan Ik jullie gemakkelijker geven wat Ik bezit, vooropgesteld dat jullie Mij erom vragen. Door dit Sacrament zijn jullie intiem met Mij verenigd. Het is in deze intimiteit, dat door de uitstroming van Mijn liefde Mijn heiligheid in jullie zielen wordt uitgespreid.

Ik vervul jullie met Mijn liefde, dan hoeven jullie Mij slechts te vragen om de deugden en de volmaaktheid die jullie nodig hebben, en jullie kunnen er zeker van zijn dat, in die momenten dat God rust in Zijn schepselen, jullie niets geweigerd zal worden.

Daar jullie de plaats kennen waar Ik bij voorkeur rust, zullen jullie Mij die niet gaan aanbieden? Ik ben jullie Vader en jullie God; zullen jullie Mij dit durven weigeren? Oh, laat Mij niet lijden door jullie wreedheid tegenover een Vader Die jullie vraagt om deze ene gunst voor Zichzelf.

Alvorens deze boodschap te beëindigen wil Ik een verlangen uiten tegenover talrijke zielen die zich aan Mijn dienst hebben toegewijd. Jullie, priesters en religieuzen, zijn deze zielen. Jullie zijn aan Mijn dienst toegewijd, ofwel in het contemplatieve leven, danwel in charitatief en apostolisch werk. Van Mijn kant is dit een privilege, dat verleend wordt door Mijn goedheid; van jullie kant is het de trouw aan jullie roeping, tezamen met jullie goede wil.

Dit is Mijn verlangen: jullie, die het gemakkelijker te begrijpen vindt wat Ik van de mensheid verwacht, bidt tot Mij, opdat Ik Mijn werk van liefde kan voltooien in alle zielen. .Jullie kennen alle moeilijkheden die overwonnen moeten worden om een ziel te winnen! Wel, dit is het effectieve middel om jullie te helpen een groot aantal van hen tot Mij te brengen: dit middel is het Mij bekend, bemind en geëerd maken door de mensen.

Ik wil dat jullie de eersten zijn om daarmee te beginnen. Wat een vreugde voor Mij om eerst de huizen van de priesters en religieuzen binnen te gaan! Wat een vreugde om Mijzelf, als Vader, temidden van de kinderen van Mijn liefde te bevinden! Ik zal met jullie praten als met intieme vrienden! Ik zal voor jullie de meest discrete vertrouweling zijn! Ik zal alles voor jullie zijn, Ik zal aan al jullie noden voldoen! Maar vooral wil Ik de Vader zijn, Die jullie vragen in ontvangst neemt, Die jullie in overvloed Zijn liefde, Zijn weldaden en Zijn universele tederheid schenkt.

Weigert Mij deze vreugde niet, die Ik met jullie wil genieten! Ik zal het jullie honderdvoudig teruggeven, en daar jullie Mij zullen eren, zal Ik ook jullie eren door grote glorie voor jullie te bereiden in Mijn koninkrijk!

Ik ben het licht der lichten: waar het binnendringt zal leven zijn, brood en geluk. Dit licht zal de pelgrim, de scepticus en de onwetende verlichten. Het zal jullie allen verlichten, o mensen, die in deze wereld van duisternis en ondeugd leven. Als jullie Mijn licht niet zouden hebben, zouden jullie in de afgrond van de eeuwige dood vallen!

Tenslotte, dit licht zal de wegen verlichten die naar de ware Katholieke Kerk leiden, voor haar arme kinderen die nog het slachtoffer zijn van bijgeloof. Ik zal Mijzelf als een Vader tonen aan hen die op aarde het meest lijden, de arme melaatsen.

Ik zal van Mijzelf laten zien dat Ik een Vader ben van al diegenen die verlaten zijn, de verstotenen van elke menselijke gemeenschap. Ik zal Mijzelf als een Vader tonen aan de bedroefden, de zieken, en bovenal aan hen die in doodstrijd verkeren. Ik zal Mijzelf als een Vader tonen aan alle families, de wezen, de weduwen, de gevangenen, arbeiders en de jeugd. Ik zal Mijzelf tonen als de Vader van de koningen, de Vader van hun naties. Jullie zullen allen Mijn goedheid voelen en Mijn bescherming, jullie zullen allen Mijn macht zien!

Mijn vaderlijke en goddelijke zegen over iedereen. Amen!

Speciaal voor Mijn Zoon en Vertegenwoordiger. Amen!

Speciaal voor Mijn zoon, de bisschop. Amen!

Speciaal voor Mijn zoon, je geestelijke vader. Amen!

Speciaal voor Mijn dochter, jullie moeders. Amen!

Voor alle congregaties van Mijn liefde. Amen!

Voor heel de Kerk en voor heel de geestelijkheid. Amen!

Een zeer speciale zegen voor de Kerk in het vagevuur. Amen! Amen!

 

Gebed tot de Allerheiligste Drieëenheid

O Allerheiligste Drieëenheid, aan Wie wij de Schepping, de Menswording en de Verlossing te danken hebben, maak dat de mens, het meesterwerk van de Schepping, oorzaak van de Menswording en doel van de Verlossing, U onophoudelijk blijft danken, om te worden overladen met gunsten. Maar, o aanbiddelijke Drieëenheid, gewaardig U ons te blijven beschermen, opdat deze drie mysteries overvloedig vruchten kunnen dragen.

Ik geloof, Heer, dat U dicht bij mij bent, en dat U mij begeleidt bij elke stap. Ik geloof ook dat U al onze noden, onze zorgen en ons lijden ziet.

O aanbiddelijke Drieëenheid, als U wilt kunt U ons van alles genezen, genoeg zijn in alles en mij te hulp komen in deze nood. Amen!

 

Getuigenis van Zijne Hoogwaardige Excellentie Mgr. A.Caillot, Bisschop van Grenoble, volgens het rapport, opgesteld gedurende het canoniek onderzoek inzake Moeder Eugenia

Er zijn tien jaar verstreken sinds ik als Bisschop van Grenoble besloot tot het openen van een onderzoek in de zaak Moeder Eugenia.

Ik heb nu voldoende informatie om als Bisschop voor de Kerk mijn getuigenis af te leggen.

1) Het eerste wat met zekerheid uit het onderzoek blijkt is, dat Moeder Eugenia’s uitzonderlijke deugden zijn vastgesteld.

Vanaf het begin van haar religieuze leven heeft de zuster de aandacht van haar superieuren getrokken vanwege haar vroomheid, haar gehoorzaamheid en haar nederigheid.

Haar superieuren, verbijsterd over de buitengewone aard van de gebeurtenissen die tijdens haar noviciaat plaatsvinden, wilden haar niet in het klooster laten blijven. Na enige aarzeling waren ze genoodzaakt hun plan te laten varen, toen ze werden geconfronteerd met het voorbeeldige gedrag van de zuster.

Gedurende het onderzoek toonde zuster Eugenia veel geduld en de uiterste volgzaamheid en overgave aan alle medische onderzoeken, zonder een klacht te uiten, in het beantwoorden van de dikwijls lange en uitputtende vragen van de theologische en medische commissie, en in het aanvaarden van tegenspraken en beproevingen. Door alle onderzoekers werd in het bijzonder haar eenvoud geprezen.

Een aantal omstandigheden toonde ook aan, dat de zuster in staat is de deugd tot op heldhaftig niveau te beoefenen. Volgens de theologen was haar gehoorzaamheid een speciaal opvallende trek gedurende het onderzoek van Pater Auguste Valencin in juni 1934, en haar nederigheid op de droevige dag van 20 december 1934.

Ik kan getuigen dat ik haar, toen zij Generaal Overste was, leer toegewijd vond aan haar plicht, zichzelf wijdend aan haar taak – die voor haar des te moeilijker was, daar ze er niet voor toegerust was – met een grote liefde voor de zielen, haar Congregatie en de Kerk. De mensen uit haar directe omgeving, evenals ikzelf, werden getroffen door haar sterkte van geest bij het onder ogen zien van moeilijkheden.

Ik ben niet alleen onder de indruk van haar deugden, maar ook van de bekwaamheden die ze toonde in de uitoefening van haar autoriteit. Ook treffend is het feit, dat een betrekkelijk ongeschoolde zuster de hoogste functie in haar Congregatie zou gaan vervullen. Daarin ligt al iets buitengewoons, en vanuit dit oogpunt is het onderzoek, dat geleid werd door de Vicaris Generaal, Mgr. Guerry, op de dag van Daar verkiezing, zeer opmerkelijk. De antwoorden, gegeven door de leden van het Kapittel en door de superieuren en de afgevaardigden van de verschillende missies, toonden aan dat ze Moeder Eugenia kozen tot hun Generaal Overste – ondanks haar jeugd en de canonieke obstakels, die normaal oorzaak zouden zijn geweest van een weigering van haar nominatie – vanwege haar oordeelsvermogen, evenwichtig temperament, energie en standvastigheid. Het zou blijken, dat de werkelijkheid de verwachtingen die haar kiezers in haar hadden gesteld verre zou overtreffen.

Wat mij speciaal in haar opviel was haar heldere, levendige en doordringende intelligentie. Ik zei dat haar scholing ontoereikend was geweest, maar dat kwam door uiterlijke omstandigheden die zij niet in de hand had: de langdurige ziekte van haar moeder had haar op zeer jonge leeftijd gedwongen voor het huishouden te zorgen en dikwijls de school te verzuimen. Bovendien waren er, voordat zij intrad in het klooster, de harde jaren waarin ze als weefster in een fabriek werkte. Ondanks deze basisleemten, waarvan de gevolgen duidelijk zichtbaar waren in haar stijl en spelling, geeft Moeder Eugenia veel lezingen in haar communiteit. Het is de moeite waard te vermelden dat zijzelf de rondzendbrieven van haar Congregatie samenstelde en de contracten met de gemeentelijke autoriteiten of besturen met betrekking tot de hospitalen van O.L.Vrouw van de Apostelen. Zij heeft ook een uitgebreid directorium samengesteld.

Ze ziet elke situatie duidelijk en correct, alsof het een gewetenszaak is. Haar instructies zijn recht door zee, precies en zeer praktisch. Ze kent elke van haar 1400 dochters persoonlijk, en ook hun gedrag en deugden; daarom is zij in staat diegenen uit te kiezen die het meest bekwaam zijn om de verschillende taken uit te voeren. Zij heeft bovendien een nauwkeurige persoonlijke kennis van de behoeften en middelen van haar Congregatie. Ze kent de situatie in elk huis en heeft al haar missies bezocht.

Wij willen ook benadrukken, dat zij een vooruitziende geest bezat. Ze heeft alle noodzakelijke maatregelen genomen voor elk hospitaal of elke school om gekwalificeerde zusters te hebben en alles wat ze nodig hebben om zich te ontplooien. Ik vind het bijzonder interessant op te merken, dat Moeder Eugenia een geest van besluitvaardigheid, realiteitszin en een creatieve wil lijkt te bezitten. In zes jaar heeft zij 67 instituten opgericht en is ze in staat geweest zeer nuttige verbeteringen in haar Congregatie door te voeren.

Als ik een keuze maak uit haar kwaliteiten van intelligentie, oordeel en wil, en haar vermogens op bestuurlijk niveau, dan is dat omdat ze mij definitief alle veronderstellingen van hallucinaties, illusies, spiritisme, hysterie of delirium lijken uit te sluiten. Deze werden onderzocht tijdens het onderzoek, maar bleken niet in staat tot het geven van een bevredigende verklaring van de feiten.

Het leven van Moeder Eugenia is een voortdurende demonstratie van haar geestelijk en algemeen evenwicht, wat voor de waarnemer de overheersende trek van haar persoonlijkheid lijkt te zijn. Andere veronderstellingen, over beïnvloedbaarheid en manipuleerbaarheid, brachten de onderzoekers ertoe zich af te vragen of zij te maken hadden met een zeer ontvankelijk temperament, zoals een veelzijdig geslepen spiegel die alle invloeden en suggesties weerspiegelt. Deze veronderstellingen werden eveneens afgewezen vanwege de alledaagse realiteit. Hoewel Moeder Eugenia begiftigd is met een gevoelige natuur en een emotioneel karakter, heeft ze aangetoond nooit iemand te hebben begunstigd, en, verre van zich te laten beïnvloeden door menselijke overwegingen, altijd in staat te zijn geweest haar eigen projecten en activiteiten vast te stellen en de aanvaarding van anderen te verkrijgen door haar persoonlijk inzicht.

2) Het doel van de zending, waarvan zou blijken dat deze was toevertrouwd aan Moeder Eugenia, is juist, en vanuit leerstellig oogpunt zie ik het als rechtmatig en actueel.

Het precieze doel is God de Vader bekend te maken en geëerd te doen worden, voornamelijk door de invoering van een speciaal feest, wat aan de Kerk is gevraagd. Het onderzoek stelde vast, dat een liturgisch feest ter ere van de Vader geheel in overeenstemming zou zijn met de Katholieke praktijk in zijn geheel. Het zou overeenstemmen met het traditionele streven van het Katholieke gebed, dat opstijgt naar de Vader, door de Zoon, in de Geest, zoals zichtbaar wordt bij de gebeden van de H. Mis en de liturgische offerande aan de Vader gedurende het Heilig Offer. Het is echter vreemd, dat er geen speciaal feest is ter ere van de Vader. De Drieëenheid wordt als zodanig geëerd, het Woord en de Heilige Geest worden geëerd door hun zending en uiterlijke openbaringen. Alleen de Vader heeft geen eigen feest dat de aandacht van de Christenen zou vestigen op Zijn Persoon. Dit is de reden waarom een eerlijk, uitgebreid onderzoek van de gelovigen heeft aangetoond, dat in de verschillende sociale klassen, en zelfs onder veel priesters en religieuzen, “de Vader onbekend is, niemand bidt tot Hem, niemand denkt aan Hem”. Het onderzoek onthult, enigszins verrassend, dat een groot aantal Christenen ver van de Vader blijft, omdat ze Hem zien als een angstaanjagende rechter. Ze geven de voorkeur aan de menselijkheid van Christus. En hoevelen vragen Jezus hen te beschermen tegen de toorn van de Vader!

Een speciaal feest zou daarom allereerst het effect hebben van een herstellende orde in de spiritualiteit van veel Christenen, en op de tweede plaats van een terugleiden van de Christenen tot de instructie van de Goddelijke Verlosser: “Alles wat gij aan de Vader vraagt in Mijn Naam…” en ook “Jullie moeten als volgt bidden: ‘Onze Vader’.”

Een liturgisch feest, toegewijd aan God de Vader, zou ook het effect hebben van het opslaan van onze ogen naar Degene, die door de Apostel Jakobus “de Vader van het Licht, van wie elke gave komt…” genoemd wordt. Het zou de mensen eraan wennen na te denken over de goedheid van God en Zijn vaderlijke voorzienigheid. Ze zouden beseffen dat deze voorzienigheid die van God de Heilige Drieëenheid is, en dat het is vanwege Zijn goddelijke natuur, gemeenschappelijk voor alle drie Personen, dat God over de wereld de onuitsprekelijke schatten van Zijn oneindige barmhartigheid uitspreidt.

Het zou op het eerste gezicht kunnen lijken dat er geen speciale redenen zijn om de Vader in het bijzonder te eren. Maar was het niet de Vader die Zijn Zoon in de wereld zond? Als het uitermate juist is devotie te tonen tot de Zoon en de Heilige Geest vanwege hun uiterlijke manifestaties, zou het dan niet passend en juist zijn dank te betuigen aan God de Vader, zoals de Prefaties van de H. Mis vragen, voor de gave die Hij ons heeft gezonden, Zijn Zoon?

Het werkelijke doel van dit speciale feest wordt aldus duidelijk: de eer aan de Vader, om Hem te danken, Hem te prijzen omdat Hij ons Zijn Zoon heeft geschonken; in één woord, zoals de boodschap zegt, als de Auteur van de Verlossing; om Hem te danken die de wereld zozeer liefhad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alle mensen zouden mogen worden samengebracht in het Mystieke Lichaam van Christus, en samen met deze Zoon Zijn kinderen worden.

En zou, op een moment waarop de wereld in beroering wordt gebracht door wereldse doctrines, atheïsme en moderne filosofieën, waarin God, de ware God, niet langer erkend wordt, dit feest niet aan velen de levende Vader bekendmaken, de Vader van barmhartigheid en goedheid, Die Jezus aan ons heeft geopenbaard? Zou het niet bijdragen tot ren toename in aantal van hen die de Vader aanbidden “in geest en in waarheid”, naar wie Jezus verwees? Nu de wereld verscheurd wordt door dodelijke oorlogen, nu ze de noodzaak voelt tot het zoeken naar een solide eenheidsprincipe om de mensen dichter bij elkaar te brengen, zou dit leest een groot licht brengen. Het zou de mensen leren, dat ze allen in de Hemel dezelfde Vader hebben: Degene die hun Jezus heeft gegeven, tot Wie Hij hen trekt als ledematen van Zijn Mystieke Lichaam in de eenheid van dezelfde Geest van Liefde! Als zoveel zielen moe zijn en de beproevingen van de oorlog beu, zouden ze kunnen hongeren naar een diep geestelijk leven. Zou zulk een feest hen dan “van binnenuit” niet kunnen oproepen om de Vader te aanbidden, Die Zichzelf verbergt, en zichzelf op te offeren in een kinderlijk en edelmoedig offer aan de Vader, de enige bron van het leven van de Heilige Drieëenheid in hen? Zou het niet die zuivere beweging van bovennatuurlijk leven beschermen, dat van nature de zielen aantrekt tot geestelijk kindschap en – door vertrouwen – tot kinderlijk leven met de Vader, tot overgave aan de goddelijke wil, tot de geest van geloof?

Aan de andere kant rijst er een leerstellig probleem, geheel afgezien van de vraag om een speciaal feest en afgezien van wat de Kerk moge beslissen in deze zaak. Sommige eminente theologen geloven, dat de leer over de relatie van de ziel met de Drieëenheid nader moet worden onderzocht, en dat het voor zielen een bron van verlichting zou kunnen zijn in het leven in eenheid met de Vader en de Zoon, waarover, Sint Jan spreekt, en in het deelhebben aan het leven van Jezus, Zoon van de Vader, speciaal aan Zijn kinderlijke liefde voor de Vader.

Maar wat ik hier, buiten de theologische redenen, wil onderstrepen is het volgende: een arme jonge vrouw, ongeschoold i n de theologie, verklaart dat ze boodschappen van God ontvangt, en deze zouden leerstellig zeer rijk kunnen zijn.

De werken van een ingebeelde zienster zijn armzalig, onvruchtbaar en onsamenhangend. Maar de boodschap welke volgens Moeder Eugenia aan haar is toevertrouwd, is vruchtbaar. Er is een harmonieuze wisselwerking van twee verschillende kenmerken, die haar authenticiteit lijken te bevestigen. Enerzijds wordt het gepresenteerd als iets traditioneels, behouden door de Kerk, zonder enige verdachte nieuwigheid, want het herhaalt onophoudelijk dat alles al in Christus’ openbaring over de Vader is gezegd, en dat alles in het Evangelie staat. Maar aan de andere kant verklaart het, dat deze grote waarheid aangaande de kennis van de Vader opnieuw overwogen, diepgaand bestudeerd en ervaren moet worden.

Wordt door de onevenredigheid tussen de zwakheid van het instrument, onbekwaam om uit zichzelf een leerstelling van deze aard uit te vinden, en de diepte van de boodschap die is meegedeeld, niet onthuld dat een buitengewone, bovennatuurlijke, goddelijke beweegreden tussenbeide is gekomen om de zuster deze boodschap toe te vertrouwen?

Ik kan niet inzien hoe men, menselijkerwijs gesproken, de ontdekking van de zuster van een idee zou kunnen verklaren, waarvan de theologen, die het onderzoek leidden, de oorspronkelijkheid en vruchtbaarheid slechts langzamerhand konden begrijpen.

Een ander feit lijkt mij evenzeer belangrijk: toen zuster Eugenia bekendmaakte dat zij verschijningen van de Vader had ontvangen, antwoordden de onderzoekende theologen dat verschijningen van de Vader op zich onmogelijk waren en dat ze nooit eerder in de geschiedenis waren voorgekomen. De zuster hield vol ondanks deze tegenwerpingen en verklaarde eenvoudig: “De Vader zei mij op te schrijven wat ik zag. Hij vraagt Zijn zonen, de theologen, grondig te onderzoeken”. De zuster heeft haar getuigenis nooit op enigerlei wijze veranderd. Ze handhaafde haar verklaringen gedurende vele maanden. Het was niet eerder dan in januari 1934 dat de theologen bij Thomas Aquino zelf het antwoord ontdekten op hun tegenwerpingen.

Het antwoord van de grote geleerde van de Kerk omtrent het onderscheid tussen verschijning en missie was verhelderend. Het hief het obstakel op dat het hele onderzoek verlamde. Uitgedaagd door wijze theologen, bewees de ongeschoolde zuster gelijk te hebben. Hoe zouden we, menselijkerwijs gesproken, ook in deze zaak, het inzicht, de wijsheid en de volharding van de zuster kunnen verklaren? Een valse zienster zou hebben geprobeerd zich aan te passen aan de verklaringen van de theologen. De zuster echter hield voet bij stuk. Dit zijn de bijkomende redenen waarom haar getuigenis ons betrouwbaar lijkt.

In elk geval vind ik haar gereserveerde houding met betrekking tot het miraculeuze aspect van de zaak de moeite van het vermelden waard. Terwijl valse zieners voorrang geven aan buitengewone verschijnselen en zelfs niets anders zien dan dat, plaatst zuster Eugenia ze integendeel als bewijzen, als middelen op de tweede plaats. Er is geen toestand van geestvervoering, maar een evenwicht van waarden, wat een gunstige indruk maakt.

Ik wil slechts kort verwijzen naar het onderzoek van de theologen. De Eerwaarde Paters Albert en Auguste Valencin zijn hooggeacht om hun filosofische en theologische autoriteit en om hun grondige kennis van het geestelijk leven. Hun tussenkomst werd ook gevraagd in andere, soortgelijke onderzoeken. We weten dat ze met grote behoedzaamheid handelden en daarom kozen wij hen voor dit werk.

Wij zijn dankbaar voor hun toegewijde en gewetensvolle medewerking. Hun getuigenis ten gunste van de zuster en van een bovennatuurlijke uitleg van de feiten als geheel is des te opmerkelijker, daar ze hun oordeel gedurende lange tijd uitstelden omdat ze eerst vijandig en sceptisch waren, en daarna aarzelend. Beetje bij beetje raakten ze overtuigd, na het opwerpen van allerlei bezwaren en indrukwekkend harde toetsingen van de zuster.

 

CONCLUSIES

De ingevingen van mijn ziel en mijn geweten volgend, en met het grootste gevoel van verantwoordelijkheid tegenover de Kerk, verklaar ik dat bovennatuurlijke en goddelijke tussenkomst mij de enig logische en bevredigende verklaring van de feiten lijkt.

Apart van alle ingesloten kenmerken van de zaak lijkt mij dit essentiële feit nobel, verheven en op bovennatuurlijke wijze rijk te zijn: dat een nederige zuster zielen heeft opgeroepen tot ware devotie tot de Vader, zoals Jezus heeft geleerd en de Kerk heeft vastgelegd in haar liturgie. Hierin is niets alarmerends, alleen iets dat erg eenvoudig is en in overeenstemming met de solide leer.

De miraculeuze feiten die deze boodschap begeleiden zouden gescheiden kunnen worden van de belangrijkste gebeurtenis, en haar waarde zou toch in haar totaliteit behouden blijven. Om leerstellige redenen zal de Kerk afkondigen of de idee van een speciaal feest kan worden overwogen, apart van dit bijzondere geval met betrekking tot de zuster.

Ik geloof dat het fundamentele bewijs voor de echtheid van de zending van de zuster gegeven is door de manier waarop zij de prachtige leer, welke zij klaarblijkelijk bestemd was ons in herinnering te brengen, in haar leven in praktijk brengt.

Ik oordeel het gepast haar haar werk te laten voortzetten. Ik geloof dat in dit alles de Hand van God gezien moet worden. Na tien jaren van onderzoek, overweging en gebed zegen ik de Vader, omdat Hij Zich heeft verwaardigd mijn diocees uit te kiezen als de plaats voor zulke ontroerende manifestaties van Zijn liefde.

Alexandre Caillot, Bisschop van Grenoble

 

ADZOPE: STAD VAN DE NAASTENLIEFDE

In zijn belangrijkste werk “De enige waarheid is elkaar beminnen” vertelt Raoul Follereau over het moeizame ontstaan van Adzope. Zie hier een uittreksel:

1939 – Ivoorkust

Een eiland ter hoogte van Abidjan. Een eiland op het strandmeer, een eiland dat zich in niets onderscheidt van de andere, met zijn grote palmbomen, zijn weelderige vegetatie. Een eiland dat voor het geluk schijnt te zijn geschapen, voor de rust en de vrede. Het draagt een aantrekkelijke en zoete naam: “Het eiland Désirée” (Het bekoorlijke (of begeerde) eiland).

En toch is dit aards paradijs een hels oord. Als de prauwen het naderen, wenden de roeiers het hoofd af en vluchten haastig, want het eiland Désirée wordt bewoond door vervloekte wezens. Getekend door de afschuwelijkste littekens, vluchten ze voor je of verbergen zich als je nadert. Hun onderkomen? Ellendige, houten krotten, die ze zich met hun arme, verminkte handen hebben gebouwd. Hun voedsel? Wat ze vinden of wat men hun soms toewerpt.

En dit eiland, dat zoveel geluk leek te beloven, weergalmt dikwijls van kreten van haat en wanhoop, want het eiland Désirée is de gevangenis, het kerkhof van de melaatsen van de Ivoorkust.

Het is bij dit eiland dat op zekere dag het watervliegtuig van Moeder Eugenia landde, indertijd de Algemeen Overste van de Zusters van O.L.Vrouw van de Apostelen. En die ongelukkigen, deze vervloekten, zagen aldus de Missionaire van de Naastenliefde uit de hemel neerdalen.

Ze was geheel in het wit gekleed, glimlachte en strekte hun de handen tegemoet. Ze sprak tegen hen en luisterde met geduld naar hun ellendige, dieptreurige verhalen. Ieder liet haar zijn of haar wonden zien en vertelde over zijn ellende. Maar hoe is deze drang naar vrijheid te verenigen met de slavernij die tóen de gezondheidsvoorschriften oplegden? De missionaire heeft er het volgende op gevonden: men zal de melaatsenstad in ongerept bos bouwen. Zo zijn de ongelukkigen geïsoleerd en veiliger dan door welke muren dan ook, maar ze zullen er zich niet door verstikt voelen. Ze zullen naar eigen goeddunken de stad in en uit kunnen gaan; ze zullen echt het idee hebben vrij te zijn.

In deze stad, die de hunne zal zijn, wilde Moeder Eugenia hen in groten getale samenbrengen en hun ook een leven geven dat zoveel mogelijk lijkt op dat van normale (gezonde) mensen. Elk gezin zal zijn huisje hebben en een tuintje krijgen, dat de arme melaatsen zullen bebouwen, niet alleen om zich erin terug te kunnen trekken, maar om hun de weldadige idee te geven “iets te doen” en een beetje van hun werk te leven.

Men zal naar wegen zoeken om hun een vak te leren, om een soort kleinschalige handel en plaatselijk ambacht te scheppen. Men zal hun de ontspanningen bieden die de vooruitgang heeft gebracht. Ze zullen radio en bioscoop hebben. Het zal zijn als in welk ander stadje dan ook.

Moeder Eugenia glimlacht altijd, maar haar ogen zijn vol tranen… En het is dàn dat in haar dit geweldige plan geboren wordt; een stadje bouwen voor de melaatsen. Een stadje waarin zij niet meer worden opgesloten als beesten, maar behandeld als mensen, met alle respect en waardigheid die zij verdienen. Een stadje waar zij het idee hebben vrij te zijn. Geen muren die hen insluiten, die hun hemel en hun horizon beperken.

Dit alles lijkt vandaag de dag bijna simpel en vanzelfsprekend, nu de “strijd van de melaatse” de domme vooroordelen en angsten heeft weggenomen. Maar in 1939 was dat een revolutionair plan, dat men soms als dwaas betitelde! Zo zouden diegenen die zich ergerden zich heel snel geruststellen door te zeggen: “Het is een droom, een utopie, een hersenschim; men bouwt geen stad middenin het bos; deze vrouw is weliswaar edelmoedig, maar zij begrijpt het niet; haar naastenliefde drijft haar tot het onmogelijke, houdt het zelfs voor waarschijnlijk…”

Overtuigd en enthousiast waren de Missiezusters bereid blijmoedig hieraan hun leven te wijden, alle dagen van hun leven. Maar ook al was dit noodzakelijk, het was niet voldoende. Het was nodig hun de materiële middelen te verschaffen, zonder welke een droom slechts een droom blijft. Ik heb dat graag op mij genomen. Terwijl ik na zoveel jaren eraan terugdenk, blijf ik er verbaasd over, want in de tijd waarin het werd ondernomen was het werkelijk een taak die de menselijke middelen te boven ging. We moeten geloven dat hun naastenliefde bijzonder aanstekelijk was! En al gezegend…

 

Gebed: God is mijn Vader

“Per Ipsum, cum Ipso et in Ipso. Mijn Vader, Die in de Hemel zijt, hoe zoet is het voor mij te weten dat U mijn Vader bent en dat ik Uw kind ben! Vooral als de hemel van mijn ziel duister is en mijn kruis zwaarder op mij drukt, dan voel ik de behoefte tegenover U te herhalen: Vader, ik geloof in Uw liefde voor mij! Ja, ik geloof dat U voor mij een Vader bent op elk moment van mijn leven, en dat ik Uw kind ben! Ik geloof dat U mij bemint met een oneindige liefde! Ik geloof dat U dag en nacht over mij waakt en dat geen haar van mijn hoofd valt zonder dat U ermee instemt! Ik geloof dat U in Uw oneindige Wijsheid beter dan ik weet wat nuttig voor mij is. Ik geloof dat U in Uw oneindige macht het goede kunt halen uit het kwade!

Ik geloof dat U in Uw oneindige goedheid alles ten goede leidt voor hen die U beminnen; zelfs onder de handen van hen die mij slaan kus ik Uw genezende Hand! Ik geloof, maar vermeerder het geloof, de hoop en de liefde in mij! Leer mij steeds Uw liefde als mijn gids te zien in elke gebeurtenis van mijn leven. Leer mij mijzelf aan U over te geven als een kind in de armen van zijn moeder. Vader, U is alles bekend, U ziet alles, U kent mij beter dan ik mijzelf ken; U kunt alles en U bemint mij!

Mijn Vader, omdat het Uw wens is dat wij ons altijd tot U wenden, daarom kom ik met vertrouwen om U te vragen, tezamen met Jezus en Maria… (vraag hier om de gunst die u verlangt). Voor deze intentie, en mijzelf verenigend met de Allerheiligste Harten, bied ik U al mijn gebeden, mijn offers en verstervingen aan, mijn doen en laten en een grotere trouw jegens mijn plichten. (Als noveen gebeden zou men het volgende moeten toevoegen: “Ik beloof edelmoediger te zijn, vooral gedurende deze negen dagen, bij deze gelegenheid… tegenover die of die persoon…”).

Geef mij het licht, de genade en de kracht van de Heilige Geest! Sterk mij in deze Geest, opdat ik Hem nooit verlies, Hem nooit zal bedroeven en Hem nooit zal toestaan in mij te verzwakken.

Mijn Vader, Ik vraag dit in de naam van Jezus, Uw Zoon! En U, Jezus, open Uw Hart en leg het mijne erin, en bied het samen met het Hart van Maria aan onze goddelijke Vader aan! Verkrijg voor mij de genade die ik nodig heb! Goddelijke Vader, roep alle mensen tot U. Geef dat de gehele wereld Uw vaderlijke goedheid en Uw goddelijke barmhartigheid verkondigt!
Wees voor mij een tedere Vader en bescherm mij overal als Uw oogappel. Maak dat ik altijd Uw waardig kind ben, erbarm U over mij!

Goddelijke Vader, zoete hoop van onze zielen, moge U gekend, geëerd en bemind worden door alle mensen!

Goddelijke Vader, Die oneindige goedheid uitstortte over alle volkeren, moge U gekend, geëerd en bemind worden door alle mensen!

Goddelijke Vader, weldadige dauw van de mensheid, moge U gekend, geëerd en bemind worden door alle mensen!”

Moeder Eugenia (Gedeeltelijke aflaat; Mgr. Girard, Apost. Vicaris Cairo, Egypte, 9 oktober 1935. Kardinaal Jean Verdier, Aartsbisschop van Parijs, 8 mei 1936.)


Info website https://optimisttotindekist.wordpress.com/


Moeder Eugenia Ravasio